Beïnvloedt dagelijks googelen onze hersenen?

Laten we eerlijk zijn. Zou jij je echt helemaal voor 100% op je gemak voelen als jij je Google-zoekgeschiedenis moest delen? We vragen Google van alles, van recepten tot snelle medische diagnoses. Google lijkt je beste vriend. Maar geldt hetzelfde voor je hersenen?

This post is also available in Engels.

Google verwerkt dagelijks gemiddeld 3.5 miljard zoekopdrachten. Dit betekent zo’n 20 tot 30 zoekopdrachten per persoon per dag. Geldt dit ook voor jou? (maak je geen zorgen als je meer dan 30 zoekopdrachten invoert: je bent niet de enige!) We vertrouwen op Google voor bijna alles en het verschijnt automatisch op je scherm. Zodra je twijfelt, schiet de gekleurde G-knop je te hulp. Je klikt erop en er gebeurt iets magisch: in een oogwenk krijg je een volledige lijst met antwoorden. Maar deze magie heeft misschien wel nadelige gevolgen: het zogenaamde ‘Google-effect’.

Google is ongetwijfeld een geweldig hulpmiddel in zoverre dat het je hersenen kan vervangen.

Vergeleken met de hersenen van onze voorouders, is het menselijk brein geëvolueerd en ondersteunt het efficiënte aandacht, het geheugen, en doelgericht gedrag. Met name om deze functies (beter bekend als de executieve functies) te dienen, werden de prefrontale gebieden van onze hersenen steeds groter en werden er steeds meer verbindingen aangelegd. Met behulp van dit brein kon men met vallen en opstaan eeuwenlang dingen leren, kennis hierover opslaan en vervolgens aan volgende generaties doorgeven. Bovendien hebben hersenen tegenwoordig het vermogen om belangrijke informatie op te slaan om problemen zo optimaal mogelijk op te lossen.

Met de intrede van het Google-tijdperk in de 21e eeuw lijkt efficiënte hersenopslag echter niet meer zo nodig. Nu in feite Google je alle informatie geeft die je nodig hebt, hoef je deze informatie niet echt in je prefrontale cortex te bewaren. Trouwens, waarom zou je oplossingen voor je problemen moeten bewaren en steeds opnieuw moeten terughalen als je gewoon Google “Wat te doen bij …” kunt gebruiken?

Het gebruik van Google kan de manier veranderen waarop je informatie verwerkt en leert. Hoe? En wat is het effect op je hersenen?

Wetenschappers aan de universiteit van Columbia toonden aan dat wanneer je met een moeilijke vraag wordt geconfronteerd, je eerste gedachte naar een elektronisch apparaat gaat waarop je het gewenste antwoord kan googelen. Nog interessanter is dat als je zeker weet dat je in de nabije toekomst ook toegang tot Google zult hebben, de kans dat relevante informatie uit het geheugen wordt opgeroepen, afneemt. Het is alsof je voor elk onderwerp “digitaal geheugenverlies” ontwikkelt.

Interessant is dat, hoewel je geneigd bent de informatie zelf te vergeten, je toch moeite doet om je te herinneren waar die informatie online wordt opgeslagen. Zo past de manier waarop je leert en wat je leert zich steeds aan aan het soort input dat binnenkomt. Dit is ook terug te zien in je best wel plastische hersenen. Uitgebreid Google gebruik heeft in feite herleidbare effecten op onze hersenen. De frontale en temporale cortex verliezen hun efficiëntie bij het verwerken van informatie. Zes dagen lang herhaaldelijk zoeken op het web is lang genoeg om hersenactiviteit in gebieden die betrokken zijn bij het langetermijngeheugen te verminderen, zoals de frontale en temporale cortex. Als je eraan went om steeds vaker zaken online op te zoeken, neemt de effectieve informatiewerking in de hersenen af en kost het je steeds meer moeite om door een stuk digitale tekst te bladeren.

Het gebruik van Google heeft een revolutie teweeggebracht in de manier waarop men werkt en wordt geconfronteerd met dagelijkse problemen. Die onmiskenbare G-knop heeft, belangrijker nog, de manier veranderd waarop men denkt en dingen onthoudt. Er zijn maar een paar dagen nodig om de werking van je hersenen te veranderen. Wat zou dit trouwens betekenen voor de door de evolutie steeds veranderende neurale capaciteit? Zal een gegoogeld brein steeds afhankelijker worden van apparaten die voorhanden zijn? Dat is nog niet te zeggen, maar gebruik de volgende keer dat je iets niet weet eerst eens je hersenen om een ​​antwoord te bedenken. Waarschijnlijk hoef je die zoekgeschiedenis tenslotte niet nog langer te maken.

Author: Martina Arenella
Buddy: Julija Vaitonyte
Editor: Christienne Damatac
Translator: Ellen Lommerse
Editor Translation: Wessel Hieselaar

Photo credit : Featured image by PhotoMIX-Company via Pixabay

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categories