Donders Wonders Blog

Hoe ver mag de wetenschap gaan om mensen te begrijpen?

‘For science!’ – Hoe ver mogen we gaan?

In de neurowetenschap proberen we niet alleen te achterhalen hoe het brein werkt, maar ook wat er mis kan gaan en hoe we eventuele problemen kunnen verhelpen. Maar hoe ver mogen we hierin gaan?

This post is also available in Engels.

Wetenschappelijk onderzoek kan ons erg veel brengen. Door experimenten slim te ontwerpen kunnen we niet alleen verbanden vaststellen (‘er zijn meer paraplu’s op straat als het regent’) maar ook oorzaak van gevolg onderscheiden (‘doordat het regent nemen meer mensen paraplu’s mee’). In een eerder blog schreef ik al dat onderzoekers dit doen door middel van randomisatie: proefpersonen worden willekeurig in condities ingedeeld om zo de invloed van structurele groepsverschillen te verkleinen of uit te sluiten. We moeten dit principe echter niet klakkeloos toepassen; er zijn namelijk situaties waarbij randomisatie in principe wel mogelijk is maar het de vraag is of we het wel moeten willen…

Randomisatie kan levens beïnvloeden

Een bijzonder voorbeeld van zo’n situatie is een onderzoek onder (wees-) kinderen in Boekarest, Roemenië. De onderzoekers waren geïnteresseerd in de invloed van verschillende zorgomgevingen op de stressreacties van kinderen. Om dit verband te onderzoeken bekeken ze drie verschillende groepen: weeskinderen in erbarmelijke weeshuizen (de standaardsituatie voor weeskinderen in Boekarest), weeskinderen die pleegzorg kregen, en kinderen die in een normale omgeving opgroeiden. Het cruciale aspect zat hem erin dat de twee groepen weeskinderen gerandomiseerd waren: Op erg jonge leeftijd (6 – 30 maanden oud) werd willekeurig bepaald of ze in het weeshuis moesten blijven of naar de pleegzorg mochten. In die situatie zouden ze vervolgens hun hele jeugd doorbrengen.

Het wetenschappelijke nut

Een belangrijke overweging bij het goedkeuren van dit soort onderzoeken is het wetenschappelijke nut van de studie; wat kunnen we ervan leren? In dit geval heeft het belangrijke inzichten gegeven over hoe de pleegzorg moet worden toegepast: Kinderen die pas na een leeftijd van 18-24 maanden pleegzorg kregen hadden geen verbetering in hun stressreacties ten opzichte van kinderen die eerder werden geplaatst. Blijkbaar is er een ‘gevoelige’ periode waarin het cruciaal is dat kinderen goede zorg krijgen om schade aan het stresssysteem te voorkomen. Deze kennis kan meteen worden toegepast om de levens van weeskinderen te verbeteren.

Maar de kinderen die de pech hadden om niet in de zorggroep terecht te komen hebben geen voordeel van deze bevindingen, zij hebben hun gehele jeugd al doorgebracht in een weeshuis. Had het onderzoek daarom überhaupt wel plaats mogen vinden?

Kan het ook anders?

Misschien is er dan een andere manier waarop we dezelfde inzichten hadden kunnen verkrijgen. Het meest voor de hand liggende alternatief is een onderzoek waarbij je weeskinderen die al door pleegouders of -instituten zijn overgenomen vergelijkt met kinderen in weeshuizen. Het voordeel hiervan is dat wij als onderzoekers niet direct verantwoordelijk zijn en kinderen niet benadelen voor de rest van hun leven.

Zo’n onderzoeksopzet heeft echter grote consequenties voor de conclusies die we kunnen trekken omdat we in dat geval geen controle meer hebben over de verschillende groepen. De kans is aanwezig dat kinderen die geadopteerd worden al van zichzelf over het algemeen intelligenter, socialer of gezonder zijn dan de kinderen die niet worden geadopteerd. De metingen zijn daardoor lastiger te interpreteren omdat gevonden verschillen door al die aspecten kunnen zijn veroorzaakt. In dat geval hadden we dus geen nieuwe kennis gehad over het belang van vroege pleegzorg en hadden we kinderen in de toekomst niet beter kunnen helpen. Je voorkomt dan misschien schade op de korte termijn, maar dat gaat ten koste van betere zorg op de lange termijn.

Wat zou jij doen?

De kwestie is dus ontzettend ingewikkeld. Zou jij dit onderzoek goedkeuren als je in een ethische commissie zou zitten? Waarom wel, of waarom niet? Ik ben zelf al meerdere keren van mening veranderd en er is volgens mij dan ook geen objectief goed of fout antwoord.

Originele taal: Nederlands

Credits
Auteur: Felix Klaassen
Buddy: Angelique Tinga
Editor: Floortje Bouwkamp
Vertaler: Wessel Hieselaar
Editor vertaling: Floortje Bouwkamp

Uitgelichte afbeelding verkregen van Pixabay via Pexels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categorieën