Met hersenstimulatie je emotionele gedrag onder controle

Na maanden een geliefd iemand niet gezien te hebben moet je toch de neiging onderdrukken ze op te zoeken en een knuffel te geven – het coronavirus is immers nog steeds onder ons. Nieuw onderzoek laat zien we met behulp van hersenstimulatie mogelijk de controle over zulke emotionele acties kunnen verbeteren.

This post is also available in Engels.

Het controleren van je emotionele acties is niet alleen relevant in dagelijkse situaties – zoals het niet omarmen van vrienden en familie – maar ook in klinische populaties. Mensen met een sociale angststoornis laten bijvoorbeeld overmatig vermijdingsgedrag zien van sociale situaties, met een grotere kans op verslechtering tot gevolg. Waar onderzoekers met behulp van hersenstimulatie eerder al controle over dergelijke acties konden verstoren, zijn onderzoekers van het Donders Instituut er nu ook in geslaagd die controle juist te verbeteren. Dat werkt als volgt.

Automatische neigingen

In het nieuwe onderzoek werd gebruik gemaakt van een computertaak waarbij proefpersonen met behulp van een joystick blije en boze gezichten moesten benaderen of vermijden. Van nature hebben mensen de neiging om blije gezichten te benaderen en boze gezichten te vermijden. Dit wordt duidelijk wanneer we proefpersonen vragen het tegenovergestelde te doen: blije gezichten vermijden en boze gezichten benaderen. Omdat er een natuurlijke neiging is om bepaalde acties uit te voeren in bepaalde situaties, is er controle over die emotionele acties nodig om toch accuraat te zijn in situaties die afwijken. Hoe minder controle, hoe langzamer mensen reageren en hoe meer fouten ze maken in zulke ‘tegennatuurlijke’ situaties. Oké, maar hoe verbeter je die controle dan?

Versterking van hersengolven

Eerder onderzoek heeft laten zien dat controle over emotionele acties in het brein met name afhankelijk is van effectieve communicatie tussen twee gebieden in de hersenen. Ten eerste de prefrontale cortex aan de voorkant van ons brein, een hersengebied dat controle uitoefent over hersengebieden betrokken bij emotie-verwerking. Ten tweede een onderdeel van de motorcortex, een hersengebied dat betrokken is bij het uitvoeren van de emotionele actie. Om je emotionele acties te kunnen controleren is goede communicatie tussen die twee hersengebieden cruciaal. Hersengebieden communiceren met elkaar met behulp van hersengolven die worden gekenmerkt door pieken en dalen. In het huidige onderzoek hebben ze daarom met behulp van een specifiek soort elektrische hersenstimulatie genaamd transcranial alternating current stimulation (tACS) de hersengolven in de prefrontale- en motorcortex beïnvloed.

Pieken en dalen

Deze hersenstimulatie deden ze in twee* condities. In de eerste conditie werden de frequenties van de hersengebieden zo versterkt dat de pieken en dalen van de hersengolven van de twee verschillende hersengebieden exact met elkaar overeenkwamen: dit zou de communicatie tussen de twee gebieden moeten verbeteren. In de tweede conditie werden de frequenties van de hersengolven ook versterkt, maar kwamen de hersengolven van de twee gebieden niet met elkaar overeen: wanneer het ene gebied in de piek zat, zat de andere in het dal. Hoewel de hersengolven van beide hersengebieden hier dus nog wel versterkt worden, zijn ze niet meer goed op elkaar afgestemd.

Afbeelding A: Om het brein te stimuleren werden er elektrodes geplaatst op twee hersengebieden: de anterior prefrontale cortex (aPFC) en de sensori-motor cortex (SMC). Afbeelding B: De hersengolven van deze twee gebieden werden ofwel met elkaar gesynchroniseerd (‘in-phase condition’) of juist niet (‘anti-phase condition’). Afbeelding verkregen van Bramson et al., 2020

Verbeterde communicatie tussen hersengebieden leidt tot meer controle over emotionele acties

Uit de resultaten bleek als eerste dat het op elkaar afstemmen van de twee hersengebieden leidde tot betere prestaties: het verschil in prestatie tussen natuurlijke acties (bv. benaderen van blije gezichten) en tegennatuurlijke acties (bv. benaderen van boze gezichten) werd significant kleiner wanneer de communicatie tussen de twee hersengebieden werd verbeterd: proefpersonen slaagden er dus in meer controle uit te oefenen over hun emotionele acties. En hoe sterker het effect van de hersenstimulatie was op een persoon, hoe beter die werd in het controleren van zijn/haar acties. Het lijkt er dus op dat juist de communicatie tussen de hersengebieden (en niet zozeer de activatie van losse gebieden) belangrijk is voor het uitoefenen van controle.

Hersenstimulatie als therapie?

Dit alles roept natuurlijk de vraag op of deze methode kan worden gebruikt om mensen die moeite hebben hun emotionele acties te controleren (zoals angstpatiënten) te helpen. Voordat we zover zijn zal moeten blijken hoe lang deze interventie precies effect heeft op gedrag, en of de bevindingen generaliseren naar andere, alledaagse situaties. Daarnaast is het huidige onderzoek uitgevoerd onder gezonde proefpersonen; de onderzoekers zijn daarom momenteel aan het testen of ze hun vondsten kunnen bevestigen bij mensen met sociale angst. Voorlopig zijn we helaas dus nog helemaal zelf verantwoordelijk voor onze emotionele acties, maar dit onderzoek biedt hoe dan ook cruciaal inzicht in de werking van het brein en laat zien hoe in de toekomst behandelingen kunnen worden uitgebreid.

Credits
Originele taal: Nederlands
Auteur: Felix Klaassen
Buddy: Floortje Bouwkamp
Redactie: Jill Naaijen
Vertaling: Ellen Lommerse
Redactie vertaling: Rebecca Calcott

Uitgelichte afbeelding verkregen van Melanie Wasser via Pexels

*Er was ook een derde conditie waarin ter controle geen stimulatie werd toegepast, maar die is voor de hier besproken resultaten niet relevant.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Categories