Optische illusies en het brein

This post is also available in Engels.

Soms zien we de zaken niet zoals ze zijn. Lees hier hoe je hersenactiviteit eruit ziet wanneer je naar een optische illusie kijkt.

Zoals uitgelegd in een vorige blog, is er vaak een verschil tussen hoe de wereld echt is en hoe we ‘m waarnemen. Met optische illusies kun je dit duidelijk aantonen. Neem het voorbeeld hieronder:

(A) Drie van de cirkels vormen een illusoire driehoek. (B) De cirkels vormen geen driehoek.
Bron:
Peter Kok & Floris de Lange (2014) Current Biology.

In de figuur rechts (B) zijn de cirkels willekeurig georiënteerd en maken ze samen geen nieuwe vorm. Aan de linkerkant (A) vormen drie van de cirkels samen juist een denkbeeldige driehoek. De driehoek springt als het ware uit het plaatje naar voren. Sommige mensen geven zelfs aan dat ze de driehoek in een lichtere kleur zien dan de achtergrond. Deze illusoire driehoek heet ook wel een ‘Kanizsa’-vorm, naar de man die ze bij het grote publiek bekend maakte.

Hoe het brein illusoire vormen waarneemt

In een recente studie onderzochten Peter Kok en Floris de Lange, beide van het Donders Instituut, de hersenactiviteit van proefpersonen die zulke Kanizsa-driehoeken keken. Terwijl de proefpersonen in de MRI-scanner lagen, kregen ze een paar cirkels te zien die samen een illusoire vorm creëerden (zoals in plaatje A) of juist niet (B).

Vervolgens vergeleken de onderzoekers de hersenactiviteit tijdens deze twee condities van het experiment: wel of geen illusoire driehoek. Een samenvatting van hun metingen vind je in het plaatje hieronder. De rode kleur betekent méér hersenactiviteit, en de blauwe kleur minder. De witte streepjesdriehoek geeft ongeveer aan waar in hun gezichtsveld de proefpersonen de illusoire driehoek zagen.

Hersenactiviteit in de visuele hersenschors weerspiegelt de illusoire driehoek die proefpersonen te zien kregen in de MRI-scanner (witte stippellijnen). Rode gebieden tonen verhoogde hersenactiviteit, blauwe verlaagde activiteit.
Bron:
Peter Kok & Floris de Lange (2014) Current Biology.

Wanneer proefpersonen een illusoire driehoek waarnamen, gebeurden twee dingen in de visuele hersenschors, het deel van het brein dat de input uit je ogen te verwerken krijgt. Aan de ene kant was er meer activiteit in gebieden die informatie verwerken uit het midden van het plaatje, waar de denkbeeldige driehoek zich bevond. Tegelijkertijd was er verlaagde activiteit in de gebieden die visuele informatie verwerken uit de randen van het plaatje, alsof de driehoek ineens in het middelpunt van de aandacht stond en de cirkels slechts de achtergrond vormden.

Dit is heel interessant, omdat het een koppeling vormt tussen onze subjectieve ervaring (de optische illusie) en hersenactiviteit. We zien allemaal die driehoek verschijnen als we naar plaatje (A) kijken, maar dankzij deze studie weten we ook dat het brein reageert op verschillende delen van zo’n plaatje, afhankelijk van of we de illusie zien of niet. Als we een illusie zien, ontstaat er een toename van hersenactiviteit gekoppeld aan het midden van de afbeelding, waar we dus de driehoek zien. Als we alleen een paar cirkels zien zonder illusie in het midden, neemt de reactie van het brein op de cirkels weer toe.

De belangrijkste boodschap hier is dat als we visuele illusies zien, onze hersenactiviteit meegaat in de illusie. Het brein ‘ziet’ dan als het ware iets wat niet fysiek bestaat. Dat klinkt misschien simpel – maar is eigenlijk best bijzonder.

Written by Marisha. Edited by Roselyne.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *