Heb jij buitengewoon goed kleurenzicht?

This post is also available in Engels.

Volgens nieuw onderzoek komt bij een klein deel van de vrouwen tetrachromasie voor. Dit is een conditie gekenmerkt door een bovengemiddeld goede kleurwaarneming.

Op school heb jij waarschijnlijk geleerd dat mensen trichromaten zijn (trichromatisch = driekleurig). Dat betekent dat er drie verschillenden typen cellen in het netvlies zitten waarmee wij kleuren kunnen zien. Deze cellen, zogenoemde kegeltjes, bevatten lichtgevoelige pigmenten die licht van verschillende golflengten detecteren. Licht is samengesteld uit lichtgolven variërend van korte golflengten (blauwe kleuren en ultraviolet) tot lange golflengten (rood en infrarood). Elk type kegeltjes is gevoelig voor een kleine range binnen het zichtbare spectrum, respectievelijk korte golflengten (rood), middellange golflengten (groen) en lange golflengten (blauw). De combinatie van drie kegeltjes met verschillende gevoeligheidspatronen maakt het voor ons mogelijk om een grote range van kleuren te onderscheiden.

Bij de meest voorkomende vorm van kleurenblindheid, ook anomale trichromasie genoemd, zijn er maar twee normaal functionerende type kegeltjes. Terwijl de blauwe kegeltjes meestal in orde zijn, kunnen in de DNA-sequentie van de lichtgevoelige pigmenten van de rode of groene kegeltjes kleine vera
nderingen optreden. Hierdoor schuift de gevoeligheid van deze kegeltjes naar kortere of langere golflengten, waardoor een nieuw gevoeligheidsspectrum kan ontstaan (in de figuur hieronder weergegeven met een gele lijn).

De gele curve laat de lichtgevoeligheid van een afwijkend kegeltje zien. Dit kegeltje kan ontstaan vanuit een groen kegeltje waarvan de gevoeligheid is opgeschoven in de richting van het rode deel van het spectrum (rechts) of vanuit een rood kegeltje waarvan de gevoeligheid voor groen licht (midden) is toegenomen. Bron: Jordan et al. (2010) Journal of Vision.

In dit geval signaleert het afwijkende kegeltje naar het brein zodra het licht van een andere golflengte detecteert, waardoor het brein de kleur verkeerd interpreteert. Maar juist deze vorm van kleurenblindheid leidt ertoe dat sommige vrouwen mogelijk bovengemiddeld goed kleuren kunnen onderscheiden.

Hoe leidt anomale trichromasie tot tetrachromasie?
De genen die coderen voor de lichtgevoelige pigmenten van de groene en rode kegeltjes zitten op het X-chromosoom. De meeste vrouwen hebben twee X-chromosomen, waarvan in elke cel willekeurig eentje wordt geïnactiveerd. Hierdoor is nog maar een functioneel X-chromosoom over en wordt voorkomen dat de X-chromosomen elkaar beïnvloeden. Omdat vrouwen er twee hebben, is het mogelijk dat het ene X-chromosoom de normale genen voor de rode en groene kegeltjes draagt, maar dat er een afwijkend gen op het ander X-chromosoom zit. Vanwege de willekeurige inactivatie kunnen alle genen tot expressie komen en kan in het netvlies een mix van normale en afwijkende kegeltjes ontstaan. Dat betekent dat er vier verschillende typen kegeltjes worden gevormd, drie normale en één afwijkende, en dat deze vrouwen tetrachromaat zijn (tetrachromatisch = vierkleurig). Wetenschappers vermoeden dat hierdoor ongeveer 12% van de vrouwen tetrachromaat zouden moeten zijn.

Maar hoezo zijn wij niet omgeven met vrouwen met opmerkelijk kleurenzicht?
Daadwerkelijk werd het bestaan van tetrachromatische vrouwen al voor het eerst voorspeld in 1948 door een Nederlandse wetenschapper Hessel de Vries, die toen de gevoeligheid van de kleurreceptoren voor licht van verschillenden golflengten onderzocht. Sindsdien zijn al veel vrouwen met een vierde kegeltje geïdentificeerd. Echter is er tot nu toe maar één geval in de wetenschappelijke literatuur beschreven waarbij een vrouw daadwerkelijk tetrachromatisch gedrag, dus bovengemiddeld goede kleuronderscheiding, vertoonde. Het lijkt er dus op dat naast de aanwezigheid van een vierde type kegeltjes in het netvlies ook nog andere criteria vervuld moeten worden om een uitzonderlijke kleurwaarneming mogelijk te maken. Helaas moeten wetenschappers nog steeds uitzoeken wat de andere factoren zijn die bepalen of iemand ook gedragsmatig tetrachromatisch is. Maar veel vrouwen zullen het ermee eens zijn dat velen van hen ontzettend goed zijn in het herkennen en onderscheiden van kleuren.

Geschreven door Eva Klimars en bijgewerkt door Annelies van Nuland

Bronnen
De Vries, H.L. (1948). The fundamental response curves of normal and abnormal dichromatic and trichromatic eyes. Physica, 14(6), 367–380

Jordan, G., Deeb, S. S., Bosten, J. M., & Mollon, J. D. (2010). The dimensionality of color vision in carriers of anomalous trichromacy. Journal of Vision, 10(8), 12. doi:10.1167/10.8.12

 

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *