Voor altijd verdwaald?

Ben je wel eens verdwaald geraakt in je eigen huis? Hoogstwaarschijnlijk niet… tenzij je een zeldzame ziekte hebt die we tegenwoordig kennen als Developmental Topographical Disorientation (DTD).

Ruimtelijke oriëntatie maakt ons leven zo makkelijk. Nog veel meer dan je denkt.
Afbeelding verkregen van Pixabay (CC0)

Elke dag neem je zo’n beetje dezelfde route naar werk of de universiteit. En ongeacht hoe je dit doet (lopend, fietsend, met de auto) kan je altijd wel van de ene bekende plek naar de andere komen met heel weinig moeite of denkwerk. De kans is zelfs groot dat je aan iets anders zit te denken (een afspraak of een verjaardagfeestje van een vriendin) dan de specifieke bocht die je moet maken op elk moment.

Dit komt doordat je brein een cognitieve kaart heeft gecreëerd, een interne representatie van de plekken waarin jij navigeert. Deze cognitieve kaart stelt je in staat de plek van specifieke objecten relatief tot elkaar en jezelf te visualiseren. Als ik je nu zou vragen je ogen te sluiten en je de route van je huis naar de dichtstbijzijnde supermarkt voor te stellen zou je dit waarschijnlijk meteen kunnen doen.

Navigatie is, net als andere vaardigheden zoals het herkennen van gezichten, essentieel voor dagelijkse activiteiten. De meeste tijd ben je je er niet van bewust dat je je automatisch kan oriënteren in bekende plekken. Stel je nu eens voor dat je deze vaardigheid van oriëntatie ineens niet meer zou hebben. Je zou het nu heel moeilijk vinden, zo niet onmogelijk, om je weg te vinden. Van de woonkamer naar de keuken lopen om een kopje thee te zetten zou al een enorme uitdaging zijn.

Sommige mensen raken inderdaad verdwaald in hun eigen keuken. Deze mensen zijn nooit in staat een cognitieve kaart te vormen – ze hebben een stoornis die we Developmental Topographical Disorientation. DTD (afgekort) werd nog maar 10 jaar geleden als eerst beschreven. Developmental betekent dat het een levenslange conditie betreft die begint in de kindertijd. Ondanks dat ze mentaal en fysiek in orde zijn lijden patiënten met DTD aan het feit dat ze constant gedesoriënteerd zijn in zowel bekende als vreemde omgevingen. Maar hoe ziet het dagelijkse leven van iemand eruit die een permanente toerist is, zelfs in eigen huis? Mensen met DTD wonen in constante desoriëntatie. Telkens als een iemand met DTD ergens naar toe wil moeten ze of een rijtje bochten en richtingen onthouden, of de GPS aanzetten. Dit kost veel tijd en is natuurlijk erg onhandig. Voor iemand met DTD is zelfs een bekende route nog steeds een “nieuwe route”. Iemand kan jaren in dezelfde buurt hebben gewoond en nog steeds niet in staat zijn om zich te oriënteren.

Wat is er anders aan de hersenen van iemand met DTD?

Wat echter opvallend is, is dat de hersenen van iemand met DTD en iemand met normale navigatievaardigheden niet in structuur van elkaar verschillen. Het probleem van slechte navigatie ontstaat door hoe verschillende hersengebieden zoals de hippocampus en de prefrontale cortex, die allebei betrokken zijn bij het vinden van de weg, met elkaar ‘praten’.

Hoewel er nog steeds veel valt te ontdekken over DTD is één ding duidelijk – de manier waarop verschillende hersengebieden communiceren is net zo belangrijk als de individuele hersengebieden zelf. Maar misschien wel een van de belangrijkste lessen die we kunnen leren van condities als DTD, is dat iets dat zo centraal staat in ons dagelijkse functioneren er (op het eerste gezicht) zo simpel uit kan zien maar dat eigenlijk helemaal niet is.

Geschreven door Julija Vaitonytė
Aangepast door João Guimarães en Mónica Wagner
Vertaald door Felix Klaassen en Rowena Emaus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *