Trauma’s na de oorlog

Het is 4 mei, de nationale dag van de dodenherdenking. We staan even stil bij de slachtoffers die in oorlogsgebieden zijn omgekomen. Vele veteranen en familie zijn aanwezig: zij die de oorlogen wel hebben overleefd. Maar niet iedereen komt er zonder kleerscheuren vanaf. Velen worstelen jaren later nog met angstaanvallen en nachtmerries. De oorlog is misschien wel voorbij, maar de angst nog niet. In sommige gevallen ontstaat er zelfs een posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Dodenherdenking 2011Foto door Guus Krol (CC BY-NC-ND 2.0 licentie).

PTSS kan ontstaan na een sterk traumatische gebeurtenis. Waar de angst en paniekaanvallen die vaak ontstaan na trauma normaal gesproken na de eerste maanden minder worden, worden ze bij deze angststoornis juist sterker. Veel slachtoffers blijven last hebben van nachtmerries en flashbacks, en gaan de situaties die leiden tot flashbacks zoveel mogelijk vermijden. Een bekend voorbeeld daarvan is oud en nieuw, waarbij de knallen en zwavelgeur indringende herinneringen tevoorschijn kunnen halen. Deze ‘paniekmomenten’ kunnen ook tijdens normale handelingen voorkomen. Hierdoor durven sommige mensen niet meer naar de supermarkt te gaan of auto te rijden, en soms leidt het er toe dat iemand zelfs zijn eigen huis niet meer uit gaat. Wanneer de angst en stress langer blijven dan normaal en het normale leven gaan belemmeren, dan spreken we van een angststoornis.

Een posttraumatische stressstoornis ontstaat niet alleen bij veteranen, in principe kan het ontstaan na elke traumatische gebeurtenis; een auto-ongeluk, misbruik tijdens of na de kindertijd of bedreigd zijn met een wapen. Niet iedereen die blootgesteld wordt aan een traumatische gebeurtenis krijgt een posttraumatische stoornis. De reden hiervoor lijkt onder andere te maken te hebben met welke genen je hebt. Een studie met tweelingen laat zien dat gevoeligheid voor de stoornis overerfbaar kan zijn. Je kwetsbaarheid lijkt ook sterk af te hangen van je leefomgeving tijdens de opvoeding; hoeveel stress je als kind te verwerken krijgt zegt vaak veel over hoeveel stress je later kunt verwerken.

Maar hoe kom je weer van deze aandoening af? Meestal gaat dit niet vanzelf. Speciale gedragstherapie kan hiermee helpen. Er wordt over het algemeen 1 van 3 verschillende therapieën gegeven:

Blootstellingstherapie’: Hierbij zegt men als het ware: “om van je vliegangst af te komen moet je juist weer het vliegtuig in”. Door de angstaanjagende elementen juist te confronteren (in een veilige setting) wordt het negatieve gevoel erbij langzaam minder. Doordat je steeds vaker in deze situatie bent zonder dat er iets vervelends gebeurt, ebt de angst ervoor langzaam weg.

Angstmanagement’: Hierin leert de patiënt om te gaan met zijn angst, en deze beter te beheersen. Zo kan je letten op je ademhaling, bewust proberen te ontspannen en beter worden in ‘jezelf afleiden’ om ervoor te zorgen dat de angst minder ernstig en minder overheersend wordt.

Als laatste is er ‘cognitieve therapie’: je gaat samen met een therapeut de negatieve gedachten die ontstaan tijdens de angstige situaties analyseren en bewust proberen ze te vervangen door positieve gedachten. Vaak gaan de negatieve gedachten elkaar steeds meer versterken en ontstaat er een neerwaartse spiraal. Door dit gedachtenpatroon te doorbreken met positieve gedachten kan de patiënt beter worden in het beheersen van zijn negatieve gedachten.

Gelukkig zijn er dus een paar methoden waarvan is aangetoond dat ze de stress en angst die ontstaan bij een posttraumatische stoornis kunnen verminderen. Maar sommige herinneringen gaan natuurlijk nooit helemáál weg. Hopelijk herinnert de herdenking van vandaag ons eraan dat we zulke nare gebeurtenissen beter kunnen vermijden.

Meer informatie
Nationaal comité 4 en 5 mei
Achtergrondinformatie (Wikipedia)
TEDx over stress in het brein (Engels)

Dit blog is geschreven door Annelies
Bewerking door Piet.

One Comment

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *