This post is also available in .
Denk terug aan je allervroegste herinnering. Misschien is het een flits van een geel speeltje, de geur van een bepaald tapijt, of een wazig gezicht dat over een wieg hangt. Voor de meesten van ons is er een duidelijk “zwart gat” vóór ons derde of vierde levensjaar.
Wetenschappers noemen dit infantiele amnesie. Decennialang was de gangbare verklaring vrij eenvoudig: baby’s hadden de benodigde hersencircuits simpelweg nog niet ontwikkeld. We gingen ervan uit dat de hippocampus, het hersengebied dat onze levenservaringen opslaat, nog niet ver genoeg “online” was om specifieke gebeurtenissen vast te leggen.
Een recente studie in Science trekt die aanname in twijfel. De bibliothecaris zat er blijkbaar de hele tijd al. Ze bewaarde alleen alles in een systeem dat, tegen de tijd dat jij ernaar terug wilde, volledig was omgegooid.

De wakkere baby in de scanner
Het brein van een baby bestuderen is notoir lastig. Je kunt een kind van tien maanden immers niet zomaar vragen om doodstil te blijven liggen terwijl je hem of haar in een fMRI-scanner schuift.
Toch bedachten onderzoekers iets slims. Ze scanden de hersenen van 26 baby’s die wakker waren terwijl zij foto’s bekeken van gezichten, voorwerpen en landschappen. Uren of zelfs dagen later testten de onderzoekers hun geheugen op de enige manier die echt werkt bij kleine kinderen: door te kijken of ze langer naar de bekende “oude” foto’s staarden dan naar nieuwe. Baby’s kijken van nature langer naar dingen die ze herkennen, en dat zegt echt iets over wat is blijven hangen.
De bibliothecaris wordt wakker
Wat ze vonden, verraste veel mensen. Bij baby’s van ongeveer één jaar oud werd de hippocampus duidelijk actief op het moment dat een baby een foto voor het eerst zag. En belangrijker nog: die activiteit voorspelde of de baby dezelfde foto dagen later zou herkennen.
- Het vermogen om dit soort directe herinneringen vast te leggen leek rond de eerste verjaardag echt op gang te komen.
- De activiteit was het sterkst in het achterste deel van de hippocampus, de zogenoemde posterieure regio. Bij volwassenen is datzelfde gebied betrokken bij patroonscheiding: het vermogen om twee herinneringen die sterk op elkaar lijken toch uit elkaar te houden.
- Alles bij elkaar wijst dit erop dat het ontbreken van vroege herinneringen waarschijnlijk niet simpelweg komt door een opnamefout. Het brein legde dingen wel degelijk vast. Het probleem zit ergens anders.
Waar zijn de bestanden gebleven?
Als een baby van twaalf maanden zijn leven dus al actief aan het vastleggen is, waarom kan de volwassen versie van jou er dan niet meer bij?
De onderzoekers denken dat infantiele amnesie eerder een ophaalprobleem is dan een opslagprobleem, al speelt waarschijnlijk allebei een rol. Je kunt het zo zien: toen je ongeveer één jaar oud was, sloeg je brein voortdurend nieuwe bestanden op. Tegelijkertijd groeide dat brein razendsnel en werden verbindingen bijna voortdurend opnieuw gelegd. De oude paden naar die vroege herinneringen raakten bedolven onder al die nieuwe bedrading. De bestanden zijn er misschien nog wel, ergens, maar de zoekfunctie vindt ze niet meer.
Waarom dit er écht toe doet
Als je brein rond je eerste verjaardag al actief je wereld vastlegde, zijn die vroege ervaringen niet zomaar verdwenen. Ze hebben meegebouwd aan de persoon die je bent geworden.
Denk er een beetje aan zoals bij de darmbacteriën die we vorige keer bespraken: onzichtbaar, onbereikbaar, maar toch stilletjes bezig met iets belangrijks. Het onverklaarbare gevoel van comfort bij een bepaald liedje, of de vage onrust die een specifieke geur oproept zonder dat je weet waarom, heeft misschien wortels in een herinnering die je niet meer kunt bereiken.
Geheugen is eigenlijk geen fotoalbum dat je naar believen doorbladert. Het lijkt meer op de grond onder een stad: je kunt het niet zien, je kunt er niet bij, maar zonder die ondergrond staat er niets meer overeind.
Je herinnert je misschien niet dat je één jaar oud was. Je hippocampus wel.
Credits
Auteur: Amir Homayun
Buddy: Siddharth
Redacteur: Lucas