Photo by National Cancer Institute on Unsplash

Collectieve en diverse intelligentie: iets voorbij de cognitieve wetenschap 

Wat als we aliens tegenkomen zonder neuronen en hersenen zoals wij die hebben? Hoe bepalen we dan hoe intelligent ze zijn? En hoe kunnen we, buiten de cognitieve wetenschap om, intelligentie definitie geven.

This post is also available in Engels .

Als kinderen behandelen we ons speelgoed vaak alsof ze intelligent zijn. Een teddybeer “wil” ingestopt worden, een speelgoedauto “probeert” te winnen. Als we ouder zijn, beperken sommigen van ons intelligentie tot mensen en dieren, terwijl anderen dit uitbreiden naar planten en bomen. Sommigen vinden robots en chatbots intelligent, en weer anderen zien bossen, bedrijven en steden als intelligente systemen. Er zijn zelfs mensen die de hele planeet (“Gaia”) beschouwen als een superintelligent geheel.   

Een intelligent systeem kan eenvoudig worden gedefinieerd als een systeem dat ergens naartoe wil, oftewel doelgericht gedrag vertoont. Zo wil een witte bloedcel bijvoorbeeld een schadelijke bacterie vinden en afbreken. Wanneer we intelligentie meten, kijken we echter vaak door een bril die gekleurd is door de cognitieve wetenschap. We gaan ervan uit dat intelligentie lijkt op menselijke cognitie: met neuronen en hersenen die kunnen onthouden, waarnemen en voorspellen.  

Deze manier van meten werkt goed voor cognitieve wezens, en veel beter dan de triviale IQ-tests. Maar buiten die wereld (zoals bij witte bloedcellen, actieve deeltjes, planten, etc.) schiet deze denkwijze tekort.

Collectieve intelligentie 

Een fundamentele aanname is dat alle intelligentie collectief is. Dat wil zeggen dat intelligentie ontstaat wanneer veel onderdelen, die zelf ook een vorm van intelligentie hebben, op een bepaalde manier samenwerken. Dat klinkt misschien wat cirkelvormig zoals geld lenen om een andere lening af te betalen, maar het verschil zit in de schaal van het doel. Volgens dit idee geldt: wanneer onderdelen met eigen doelen samenkomen, kan hun combinatie een groter doel bereiken dat de afzonderlijke onderdelen zelf niet kunnen overzien. 

Neem bijvoorbeeld een hand: geen enkele cel weet dat een hand vier vingers en een duim moet hebben. Toch stoppen cellen met delen zodra deze structuur gevormd is. Individuele cellen streven naar het behouden van hun eigen evenwicht, maar samen bereiken ze een groter doel dat ze afzonderlijk niet kennen.

Diverse intelligentie 

Als we het idee van “collectieve intelligentie” accepteren, kunnen we loslaten dat de onderdelen van een intelligent systeem per se neuronen of hersencellen moeten zijn. De afzonderlijke onderdelen zijn vervangbaar, zolang hun samenwerking het grotere doel bereikt. Dit is de kern van het opkomende onderzoeksveld van “diverse intelligentie”. 

Deze benadering probeert intelligentie op een meer algemene manier te definiëren, los van cognitieve vermogens. Intelligente systemen bewegen zich niet alleen naar een gewenste positie in een probleemruimte, maar passen die ruimte ook voortdurend aan op basis van input uit hun omgeving. Dit zien we niet alleen in het menselijk brein, maar bijvoorbeeld ook in large language models, in de manier waarop zij woorden presenteren.  

Hoewel we al veel verder zijn gekomen dan simpele IQ-tests, zijn we nog ver verwijderd van een universele functionele definitie van intelligentie. Misschien ligt de sleutel in het loslaten van aannames die gebaseerd zijn op ons eigen brein, en in het omarmen van intelligentie als een complexe, verschijnende eigenschap van vele samenwerkende onderdelen, op verschillen niveaus. 

Credits 

Auteur: Siddharth 
Buddy en Editor: Helena 
Vertaler and Editor Vertaler: Rick

About The Author

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *