Lees wat ik zeg

This post is also available in Engels.

Liplezen is iets wat dove mensen dagelijks moeten doen om te kunnen communiceren met de horende wereld. Maar is liplezen net zo makkelijk als het lezen van een boek?

“Kan je ?” Foto van Max Pixel
 (Licentie:CC0 1.0)

Wanneer iemand lipleest proberen ze de woorden en zinnen bij elkaar te sprokkelen in de afwezigheid van geluid. In de wetenschap noemen ze dit over het algemeen spraaklezen (speechreading) in plaats van liplezen, omdat informatie van het gehele gezicht, en niet alleen de lippen, wordt gebruikt als je iemand ziet praten. Voor dove mensen kan spraaklezen de belangrijkste manier van orale communicatie zijn, maar goed horende mensen gebruiken visuele informatie vaak onbewust op een vergelijkbare manier. Stel je voor dat je met iemand kletst in een luidruchtig café. Je zal die persoon veel beter verstaan als je hem/haar direct aankijkt en het gezicht, de gezichtsuitdrukkingen en handgebaren kan zien.

Liplezen is niet hetzelfde als een boek lezen
In boeken zien letters en woorden er duidelijk verschillend uit, maar wanneer je spraakleest worden de verschillen tussen geluiden heel erg klein! Hier is een wereld aan termen voor bedacht: Bij het differentiëren tussen woorden, wordt de kleinste eenheid van een woord die het mogelijk maakt om onderscheid te maken met een andere, een morfeem genoemd. Bijvoorbeeld, pit en bit verschillen een morfeem van elkaar en refereren naar verschillende concepten.  Wanneer je de geschreven woorden pit vs. bit met elkaar vergelijkt kan je makkelijk de p van de b onderscheiden. Maar het menselijk gezicht is niet als een boek. Mensen vertonen gezichtsuitdrukkingen, praten snel, mompelen en hebben accenten of dialecten. Probeer eens visueel pit en bit in iemands uitspraak te onderscheiden. Dit is heel erg moeilijk.  De reden hiervoor brengt ons naar de volgende term: de beperkte hoeveelheid van visueel onderscheidbare eenheden in de mond. Veel klinkers en medeklinkers worden met hetzelfde gedeelte van de mond geproduceerd. Bijvoorbeeld, [p], [b] en [m] worden allemaal geproduceerd met de boven- en onderlip; [f] en [v] allebei met je onderlip en boventanden. Daardoor kunnen de p en de b in pit en bit er hetzelfde uitzien als je alleen de lippen kan zien. Sterker nog, slechts zo’n 30% van onze spraak kan worden spraakgelezen. Geloof je me niet? Kijk dan het filmpje hieronder om zelf spraaklezen te ervaren.

 

 

Liplezen of gebarentaal?
Volgens een oude stroming genaamd Oralisme, zouden doven mensen niet alleen moeten leren spraaklezen, maar ook mondvormen, ademhaling en stemoefeningen om spraakproductie te trainen. Aanhangers van het Oralisme vonden dat het belangrijk was dat de hele dove gemeenschap zich moest aanpassen aan de wereld om “normaal” te functioneren in de samenleving. Na een hoop discussie concentreren onderzoekers zich nu op welke aspecten van taal en communicatie het best werken. Bimodale tweetaligheid (zowel spreek- als gebarentaal kunnen gebruiken, lees meer in ) wordt nu over het algemeen verkozen in taalopleidingen voor dove kinderen.

Zoals we hebben gezien werken spraaklezers vaak harder om te communiceren, en rekken ze de grenzen van hun zintuigen op om de ander te begrijpen. Nu kan je je misschien voorstellen hoe ze zich voelen, en het is aan ons om daar begrip voor te hebben en misschien wat meer moeite te doen om het ze wat makkelijker te maken. Zoals je moeder zou zeggen: “Niet mompelen!”

 

Geschreven door Francie Manhardt, aangepast door Annelies van Nuland en Monica Wagner, vertaald door Felix Klaassen

 

Tags:

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *