Erfelijkheid: het pad van genen naar ziektes
Veel psychiatrische en sommige neurologische aandoeningen worden erfelijk overgedragen. Maar als de oorzaak van zo’n
Veel psychiatrische en sommige neurologische aandoeningen worden erfelijk overgedragen. Maar als de oorzaak van zo’n
Wetenschappers gebruiken statistiek om hun bevindingen te kunnen generaliseren van kleine groepjes proefpersonen naar volledige bevolkingsgroepen. Leer hier van een galactische vriend hoe ze dat doen.
Hoewel het gekarakteriseerd wordt als een gevoel van “geen gevoel”, is apathie meer dan alleen verveling en luiheid. Wat is het eigenlijk?
In de wetenschap proberen we vaak niet alleen verbanden aan te tonen maar ook iets te zeggen over wat de oorzaak is en wat het gevolg (causaliteit). Meestal kunnen we echter alleen maar correlaties onderzoeken. Het is daarom belangrijk om je bewust te zijn van wat iets causaal maakt.
Ongeveer 30 % van de mensen met een depressie reageert niet goed op hun huidige medicatie. Dit is een groot probleem, aangezien depressie schadelijke effecten heeft op de gezondheid en de omgeving van een persoon. Een aantal jaar geleden kwam Esketamine – een nieuw medicijn voor depressie – op de markt, maar is dit inderdaad de oplossing waar we op gewacht hebben??
De (sociale) wetenschap heeft proefpersonen nodig, of we het nou willen of niet. Zonder proefpersonen geen data, en zonder data geen kennis. De betrouwbaarheid van onze bevindingen is dan ook onlosmakelijk verbonden met wie onze proefpersonen zijn en hoe we ze weten te motiveren.
Met het hedendaagse systeem zouden veel van de grootste wetenschappers ooit helemaal niet zo beroemd zijn. Dus, wat is er mis met hoe we wetenschappers evalueren?
Roshan Cools is Professor Cognitieve Neuropsychiatrie en PI (Principle Investigator) aan het Donders Institute of Brain, Cognition and Behaviour.
Afgelopen week stond ik als wetenschappelijk onderzoeker voor de klas van een basisschool. Dat vind
Vorige maand heeft NASA een artikel gepubliceerd over een unieke tweelingstudie die beschrijft wat de fysiologische, moleculaire en cognitieve gevolgen kunnen zijn van het deelnemen aan een ruimtevlucht. Dit onderzoek bewijst wederom dat ons lichaam zich aan onvoorstelbare omstandigheden kan aanpassen.