Het ultieme geheim: wat gebeurt er als we sterven?

Neurowetenschap kan de dood niet volledig verklaren, maar ze laat wel zien dat sterven geen abrupt einde is.

This post is also available in Engels .

Het is misschien wel de oudste vraag die mensen zichzelf stellen. Hoewel niemand kan terugkeren om het ons te vertellen, biedt de neurowetenschap wel aanknopingspunten om te begrijpen wat er in de laatste momenten van het leven gebeurt.

Omdat we de dood zelf niet kunnen onderzoeken, kijken wetenschappers naar bijna-doodervaringen (near-death experiences, NDE’s). Psychiater Bruce Greyson ontwikkelde in de jaren tachtig een schaal om deze ervaringen te beschrijven. Mensen rapporteren opvallend vaak dezelfde elementen: een tunnel met licht, een terugblik op hun leven en een intens gevoel van vrede en liefde.

Vanuit neurowetenschappelijk perspectief kunnen deze ervaringen deels worden verklaard. Wanneer het hart stopt, krijgt het brein geen zuurstof meer. Binnen enkele seconden verliest iemand het bewustzijn. De hersenen schakelen als het ware over op een spaarstand. Pas na enkele minuten ontstaat een proces dat ‘spreading depolarisation’ heet: een golf van ontlading die zich langzaam door het brein verspreidt. Dit proces is nog omkeerbaar, maar alleen als reanimatie snel genoeg plaatsvindt.

Tijdens deze fase komt mogelijk ook DMT vrij, een lichaamseigen stof met psychedelische effecten. Onderzoek laat zien dat DMT vrijkomt tijdens zuurstoftekort in het brein en NDE-achtige ervaringen kan oproepen. In een studie rapporteerden proefpersonen na toediening van DMT bijna alle kenmerken van een klassieke bijna-doodervaring.

Ook het bekende tunnelzicht laat zich verklaren door de structuur van ons visuele systeem. Door zuurstofgebrek vallen eerst de perifere delen van het netvlies uit, terwijl het centrum actief blijft. Het resultaat: een helder punt in het midden, omgeven door duisternis. Ditzelfde mechanisme zien we bij gevechtspiloten vlak voor bewustzijnsverlies.

Angst voor dood overstijgen door kunst?

Naast deze biologische processen speelt ook verbeelding een belangrijke rol in hoe we de dood ervaren. In recent onderzoek van Enny Das en collega’s werd onderzocht hoe mensen via films hun angst voor de dood kunnen overstijgen. De onderzoekers vonden dat empathie cruciaal is: alleen wanneer kijkers zich emotioneel kunnen verbinden met personages die sterven, vermindert hun doodsangst. Het is dus niet simpelweg blootstelling aan de dood, maar het vermogen om je in een ander te verplaatsen dat helpt om existentiële angst te verzachten.

Diezelfde combinatie van verbeelding en lichamelijke ervaring stond centraal in een kunstwerk van kunstenaars Bakels en Mascini, waarin deelnemers hun eigen dood ‘beleven’ door te mediteren op de ontbinding van hun lichaam in negen stadia, geïnspireerd op het boeddhistische ritueel The Nine Cemetery Contemplations. Het werk laat zien dat het bewust verkennen van sterfelijkheid – net als film en ritueel – niet alleen angst kan oproepen, maar ook leidt tot meer waardering van het leven.

Neurowetenschap kan de dood niet volledig verklaren. Maar ze laat wel zien dat sterven geen abrupt einde is, en dat het brein – en onze verbeelding – ons misschien helpt om die overgang zachter te maken. Nog een troostend feit is dat 90% van de bijna-doodervaringen wordt als positief worden ervaren.

Credits:

Auteur: Charlotte Sachs

Afbeelding: Ilya Rabinovich

About The Author

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *