Hardnekkig hokjesdenken in de hersenen 

Mensen zijn gek op hokjes. Ze maken de wereld overzichtelijk, behapbaar: dit is zus, dat is zo. Zulke ordening is handig om gedachten te ordenen, knopen door te haken, en complexe kwesties aan te vliegen. Maar het kent ook een keerzijde. Zodra we de werkelijkheid te strak in vakjes persen, verliezen we nuance. De wereld is geen ruitjesschrift, maar een meerlaags canvas. Dat geldt ook voor de werking van ons brein. 

Hokjesdenken, je ziet het overal in terug: in muzieksmaken, kleuren, politieke labels, en in medische of psychologische diagnostiek. Sterker nog, je ziet het zelfs binnen de neurowetenschap, hoe veel men ook van het brein weet. De verleiding is groot om te zeggen: dit hersengebied doet dit, dat gebied doet dat. Ooit kwam deze neiging extreem tot uiting in de zogeheten “frenologie”, het oude en inmiddels totaal verworpen idee dat je karakter uit bulten op je schedel afgelezen zou kunnen worden. Dit bizarre geval is gelukkig gereduceerd tot flauwe grap, maar men is enorm inventief als het gaat om nieuwe starre denkbeelden bedenken. 

Bron 

Functionele vormgeving

In de moderne neurowetenschap leeft het dus ook nog voort. Neem de fusiform face area, vaak afgekort als FFA. Dit stukje cortex is beroemd geworden als “het gezichtsgebied” van de hersenen, omdat het steevast activeert wanneer je een gezicht ziet. Maar dat beeld is te simpel. Onderzoek liet zien dat de FFA bij mensen met allerlei soorten visuele expertise—bijvoorbeeld vogelspotters of autoliefhebbers—evengoed sterk activeert wanneer ze vogels of auto’s zien. Dit is zelfs het geval bij een zijaanzicht van de vogel of auto, waarvanuit hun ‘gezicht’ nergens te bekennen is. Het is dus te kort door de bocht om het gebied slechts gezichtsverwerking toe te schrijven. Correcter is om het gebied te koppelen aan bepaalde functies die je ertoe in staat stellen zowel gezichten, vogels, als auto’s te herkennen, zoals het kunnen onderscheiden van verfijnde visuele kenmerken (allerhande neuzen, vleugels, koplampen). Kortom, waar een hersenkwab gevoelig voor is hangt af van waarvoor het wordt gebruikt en van wat het doorgaans voorgeschoteld krijgt. 

Bron

Wat de pot schaft

Een sensationeler voorbeeld komt uit een experiment met fretten. Daar werden visuele signalen omgeleid naar een hersengebied dat normaal geluiden verwerkt. Je zou verwachten dat zo’n gebied dan “auditief” blijft. Maar nee: het hersenweefsel ontwikkelde kenmerken die sterk leken op die van de visuele cortex, zoals gestructureerde gevoeligheid voor verschillende oriëntaties van dingen in de visuele wereld. Dit laat zien dat wat een hersenkwab auditief of visueel maakt niet per se hun ligging is, maar meer het type signaal dat ze daar ontvangen, en wat ze daarmee kunnen. Daarnaast suggereert het dat verschillende hersengebieden dezelfde principes hanteren om informatie te verwerken—een algemene regel.  

Bron

Unboxing

De studie van hoe het brein werkt moet minder gezien worden als een speurtocht, betrouwbare schatkaarten bestaan immers niet. De precieze plek waar informatie wordt verwerkt is minder relevant dan hoe het wordt verwerkt. Met het fretten-experiment in ons achterhoofd kunnen we ons bijvoorbeeld afvragen wat deze algemene regels voor informatieverwerking zijn waardoor het brein werkt zoals het doet. Want die werking is wat we uiteindelijk begrijpen willen. Hoeveel houvast hokjes ook lijken te bieden, lokken ze vooral potjes landjepik uit, met de cortex als speelbord. Totaalplaatjes worden nooit duidelijk door je stuk te staren op losse stukjes—hoe behapbaar ze ook zijn. 

Auteur: Wieger Scheurer 

Buddy: Lucas Geelen 

Vertaler: Wieger Scheurer 

Kop afbeelding door Juan Gris via National Gallery of Art 

About The Author

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *