Amir Homayun

De taal van depressie is niet universeel

De taal van depressie is niet universeel

Scroll door bijna elke socialmediapagina en je ziet mensen hun hoogte- en dieptepunten delen – soms heel open, soms alleen tussen de regels door. Al jaren hopen onderzoekers dat kunstmatige intelligentie (AI) vroegtijdige signalen van depressie kan herkennen in onze woorden. Het idee is simpel: Als taal een soort emotionele vingerafdruk heeft, dan zouden algoritmes misschien kunnen detecteren wanneer iemand hulp nodig heeft, nog voor het echt misgaat.
Maar wat als deze systemen sommige ervaringen beter “horen” dan andere?

Kan AI zonder vooroordelen bestaan?

Kan AI zonder vooroordelen bestaan?

Recent onderzoek laat zien dat zogenaamde “uitgelijnde” AI (modellen die doelgericht zijn afgestemd op menselijk gebruik en onwenselijke antwoorden onderdrukken) zoals GPT-4 nog steeds stereotyperingen bevatten, die eigenlijk buiten de lijntjes vallen.

Hoe hersenen stereotypen maken

Hoe hersenen stereotypen maken

Stereotypen helpen ons door sociale situaties te navigeren, maar ze kunnen ons ook misleiden. Wat gebeurt er als onze aannames botsen met de werkelijkheid? Met behulp van een uniek communicatiespel onthullen onderzoekers hoe feedback ons gedrag verandert en hoe vroege ervaringen ons aanpassingsvermogen beïnvloeden.