Een trauma verandert hoe je keuzes maakt

This post is also available in Engels.

Mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) maken andere keuzes dan mensen zonder trauma. Dat komt doordat een trauma je minder flexibel maakt.

Oorlogsoverlevenden, mensen die een bijna-doodervaring hebben gehad en slachtoffers van seksueel geweld hebben één ding gemeen: ze lopen het risico op een posttraumatische stressstoornis (PTSS).

Illustratie: ‘U.S. Air Force’ door Master Sgt. William Vance. Licentie: Creative Commons Zero (CC0).

Traumatische gebeurtenissen zijn moeilijk te verwerken. Mensen met een posttraumatische stressstoornis (PTSS) hebben vaak moeite met het aangaan van relaties, het uiten van hun behoeftes of het gebruiken van hun creativiteit. Ze hebben levendige flashbacks naar traumatische gebeurtenissen, en mijden daarom zaken die doen denken aan hun trauma.

Mensen met PTSS hebben een afwijkende structuur en werking van verschillende hersengebieden, waaronder de amygdala, de hippocampus en de ventromediale prefrontale cortex – gebieden die onze reactie op stress beheren. Hierdoor ervaart iemand met PTSS stress vaak anders dan anderen. Onderzoekers vermoeden nu dat een trauma ook kan veranderen hoe je beslissingen maakt.

Associaties zijn belangrijk

Al onze acties hebben gevolgen, soms positief en soms negatief. In ons hoofd associëren we onze acties met hun uitkomsten, en leren al snel om goede uitkomsten te zoeken en slechte te vermijden.

In principe hangen goede uitkomsten samen met het ondernemen van actie (bijvoorbeeld koken, sporten, nieuwe mensen ontmoeten), terwijl we slechte uitkomsten koppelen aan geen actie ondernemen (niet in een ravijn vallen, niet die giftige plant eten). Deze ‘standaard’ koppelingen van goed/slecht aan actie/terughoudendheid noemen we de Pavloviaanse bias.

Deze bias leidt tot ‘verwarring’ wanneer een van de volgende situaties zich voordoet: 1) wanneer we actie willen ondernemen omdat we iets goeds verwachten, maar er iets slechts uit komt; 2) wanneer we iets niet willen doen omdat we verwachten dat het een slechte uitkomst op zal leveren, maar het in feite tot iets goeds leidt.

We maken dit soort ‘verwarrende’ situaties dagelijks mee. Om ermee om te gaan moeten we meer moeite steken in het maken van keuzes, door zogenaamde ‘cognitieve controle’ toe te passen. Lekker eten, bijvoorbeeld, is een bron van genot voor de meeste mensen (daar is die ‘goede uitkomst’), en daardoor kost het bewuste moeite om minder te eten als je op dieet bent. Aan de andere kant is hard studeren voor een tentamen niet direct leuk (een soort ‘slechte uitkomst’ dus), en kost het cognitieve controle om het lange-termijn-doel van een diploma te bereiken.

Wat er mis gaat bij PTSS

Overlevenden van de aanslag in Noorwegen in 2011 deden mee aan een onderzoek van Olga Therese Ousdal, naast een controlegroep van niet-getraumatiseerde proefpersonen. Alle deelnemers moesten de regels leren van een spel met het doel om zo veel mogelijk geld te winnen. Trauma-overlevenden deden het veel slechter dan niet-getraumatiseerden wanneer ze een conflicterende actie moesten ondernemen: op een knop drukken om geen geld te verliezen, en niet klikken om geld te winnen.

De getraumatiseerde mensen hadden dus een sterkere koppeling tussen actie en winnen, en tussen geen-actie en verliezen. Ze hebben een sterkere Pavloviaanse bias, en zijn dus minder flexibel bij het maken van beslissingen.

Trauma heeft invloed op veel aspecten van cognitie, en het maken van beslissingen is er slechts een van. Als we de gevolgen van trauma voor het geheugen, voor plannen en voor aandacht beter begrijpen, kunnen we uiteindelijk beter zoeken naar behandelingen voor getraumatiseerde mensen.

 

Deze blog is geschreven door Lara. Redactie: Marpessa. Vertaling: Jeroen.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *