Wat Indianen en peren de neurowetenschap kunnen leren

522 jaar geleden, op 3 Augustus 1492, verliet Christopher Columbus de Spaanse plaats Palos de la Frontera om de westelijke vaarroute naar Indië te verkennen. Op basis van zijn eigen berekeningen van de omtrek van de aarde had Columbus bepaald dat deze route korter zou zijn dan de toen bekende oostelijke vaarroute. Na een lange en barre tocht kwam er op 12 oktober 1492 eindelijk land in zicht. Eenmaal aan land gekomen nam Columbus aan dat zijn aannames klopten en dat hij dus in Indië was beland; de inwoners noemde hij Indianen. Echter, Columbus was niet in Indië, noch waren de inheemse mensen strikt gezien ‘Indianen’.

Cajal peer

“Het brein is een wereld vol onontdekte continenten en grote stukken onbekend terrein” – Santiago Ramon y Cajal (1852-1934)

Neuro-ontdekkingsreis
Nu, vijf eeuwen later, zijn er geen onontdekte werelddelen meer. Wel zijn er grote ontdekkingsreizen in de wetenschap, bijvoorbeeld naar de werking van het brein. Net als Columbus beginnen de hedendaagse ontdekkingsreizigers met een serie aannames, noodzakelijk om structuur te brengen in het onontdekte. Een belangrijke aanname van neurowetenschappers is de cognitieve ontologie, oftewel de cognitieve concepten die gezocht worden in het brein. Denk hierbij bijvoorbeeld aan begrippen als ‘geheugen’, ‘motoriek’, ‘taal’ en ‘emotie’. De wetenschappers zoeken naar gebieden die verantwoordelijk zijn voor deze vooraf aangenomen concepten, net als Columbus op zoek ging naar ‘Indianen’. Zou het kunnen zijn dat neurowetenschappers hierbij net zo naïef zijn als Columbus en dus ook ‘Indianen’ aan het najagen zijn?

Indianen
Binnen ieder afzonderlijk deelgebied van de neurowetenschappen lijkt er weinig reden tot zorg, aangezien specifieke hersengebieden verantwoordelijk lijken voor een bepaalde taak of een bepaald concept. Bezien vanuit de gehele neurowetenschappen ontstaat er echter een onduidelijke wirwar van resultaten: het grootste deel van het brein is betrokken bij vele cognitieve functies. Er lijkt bijvoorbeeld geen sprake te zijn van een duidelijk omlijnd taal- of emotiegebied; het zijn vooral de neurowetenschappelijke aannames die ons toelaten zulke vereenvoudigende conclusies te trekken.

En juist in die premature aannames ligt voor sommige neurowetenschappers een bron van zorg: mogelijk zijn bekende concepten niet toereikend om het onontdekte te beschrijven, net als dat ‘Amerika’ nog niet bestond toen Columbus een naam zocht voor de inheemse stammen die hij aantrof. Mogelijk moet de neurowetenschap op zoek naar nieuwe concepten, die verder van ons dagelijks taalgebruik afliggen, maar beter beschrijven hoe het brein werkt. Als een gebied bijvoorbeeld betrokken is bij meerdere concepten of processen, zouden neurowetenschappers dat gecombineerde proces een naam moeten geven, in plaats van te proberen strikte onderscheiden te maken. Dat betekent dat de cognitieve concepten aangepast worden aan de brein-resultaten, in plaats van enkel het brein op te delen aan de hand van de tot nu toe bekende concepten.

Peren
Op basis van de vorderingen in een ontdekkingsreis, worden zodoende de aannames getoetst aan de observaties. Voor Columbus gold hetzelfde. Toen hij aan land kwam, had hij enkel zijn aannames om vanuit te gaan. Echter, na meerdere bezoeken hadden zijn observaties hem kunnen vertellen dat de Nieuwe Wereld geenszins leek op het al bekende Indië. In plaats daarvan hield Columbus vol en heeft zelfs geopperd dat de Aarde peervormig is, enkel om zijn aannames overeind te houden. De neurowetenschap is soms geneigd tot dezelfde sprongen, om de naïeve interpretatie van een hersengebied overeind te houden.

De tijd is nu echter rijp om niet langer Indianen en peren na te jagen, maar in plaats daarvan de observaties te laten spreken, die laten zien dat het brein niet zo (eenvoudig) op te delen is als we denken.

Dit blog is geschreven door Frank Leoné. Frank is promovendus op het Donders Instituut en doet onderzoek naar hoe ons brein zintuiglijke informatie omzet in doelgerichte bewegingen. Daarnaast houdt hij zich bezig met analysemethode-ontwikkeling voor fMRI en de (on)mogelijkheden van de neurowetenschappen. De tekst is gebaseerd op de introductie en discussie van zijn thesis ‘Mapping sensorimotor space: parieto-frontal contributions to goal-directed behavior’, die hij eind dit jaar zal verdedigen.

2 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *