Nog ééntje dan


Pasen. Er zijn weinig feestdagen waarbij chocolade ineens zó alom aanwezig is. Oorspronkelijk werden eieren verstopt en gegeten om het begin van de lente en het einde van de vastenperiode te vieren. Tegenwoordig zijn de beschilderde kippeneieren vervangen door een chocolade variant; het paaseitje. Maar waarom blijven we snoepen van deze chocolade-eitjes?

pasen2Afbeelding door Annelies

Vaak wordt gesuggereerd dat chocolade zo ‘verslavend’ lekker is door bepaalde stoffen die er in zitten. Deze zouden stimulerend werken en vrolijk maken, en zo voor onze voorliefde voor chocolade zorgen. Chocolade bevat inderdaad enkele van deze stoffen, maar wat blijkt is dat er zó weinig in zit dat dit nauwelijks effect moet hebben.

De grootste kanshebber is cafeïne, maar je moet behoorlijk veel chocolade wegwerken voor je er iets van merkt; 400 gram tot een halve kilo chocolade bevat even veel als 1 kopje koffie. De andere kandidaten (tyramine en phenylethylamine) zijn ook in hoge concentraties te vinden in andere voedingsmiddelen, terwijl wij deze helemaal niet verslavend vinden. Wie heeft er ooit van een zoute haring verslaving gehoord?

Maar waarom is chocolade dan wel zo verslavend lekker? Ik geef je een hint: chocolade bevat zeker ‘speciale ingrediënten’ waar ons brein blij van wordt, namelijk een goede hoeveelheid suiker en vet!

Chocolade wordt gemaakt van cacaoboter en cacaopoeder, beide afkomstig van de cacaoboon. Hieraan wordt nog suiker toegevoegd. Bij melk en witte chocolade zitten er ook romige melk en extra vetten in. Witte chocolade is wit omdat het alleen maar cacao boter en geen cacao poeder bevat.

Chocolade bestaat dus voornamelijk uit vetten, suikers en eventueel melk en aroma’s. Deze stoffen vinden wij van nature heel lekker. Dit zit al in onze hersenen voorgeprogrammeerd bij de geboorte. Het blijkt zelfs dat wij de combinatie van suiker en melk samen nóg veel lekkerder vinden dan apart.

Een belangrijke factor in smaak is het mondgevoel, en ook hier doet chocolade het heel erg goed. De smelttemperatuur van cacaoboter is namelijk precíes goed, net iets boven kamertemperatuur. Dit zorgt voor het ‘smelt op je tong’-effect van chocolade.

Daarbij zijn er voor ieders specifieke smaakpalet heel veel combinaties met chocolade te vinden. Zo blijkt de ene chocolade-liefhebber dol te zijn op heel erg pure chocolade, en houdt de ander juist van heerlijk romige melkchocolade. Maar ook sinaasappel, rode peper, pepermunt, zout, karamel, nougat, rozenblaadjes en koekjes (er zijn er vast nog veel meer) combineren uitstekend met deze veelzijdige smaakmaker. Niet vreemd dat zoveel mensen wel te porren zijn voor een chocolade-eitje.

Eigenlijk is chocolade bijna té lekker; normaal houdt je lichaam de hoeveelheid energie die je binnenkrijgt strikt onder controle. Het smaakgevoel in je mond wordt naar de hersenen gestuurd en geeft signalen af die de eetlust bevorderen – een positieve feedback. Je maag en je darmen, die hierna het voedsel binnenkrijgen, sturen juist signalen om je eetlust te verminderen: de negatieve feedback. Je raakt immers langzaam ‘vol’. De negatieve feedback werkt de positieve feedback tegen zodat je eetlust in balans blijft. Het mondgevoel (dus smaak en textuur) van chocolade is zó goed dat het eigenlijk iets te sterk is. Je eetlust blijft langer in stand dan normaal. Dit maakt chocolade juist zo verleidelijk. Een wijze les als je aan de koffietafel staat met zo’n enorme schaal met chocolade-eitjes. Je kunt dus beter nét iets eerder stoppen. Maar hè, ze zijn ook wel héél erg lekker. Vooruit, nog ééntje dan..

Meer informatie

 

Tags:
3 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *