De vrije wil bestaat

Onlangs kwam in het nieuws dat de Kampense docent G. van S. (51) ontucht pleegde met een leerlinge van 14. Hij stuurde haar via WhatsApp ongepaste berichtjes en foto’s van zijn geslachtsdelen. De verklaring van de leraar voor zijn gedrag: een ‘stoornis in de neuronen van mijn hersenen’. Is deze uitleg legitiem?

Vrouwe Justitia, door Roland MeineckeVrouwe Justitia. Foto gemaakt door
Roland Meinecke (BY-NC-ND 3.0 licentie).

Op het eerste gezicht lijkt het vreemd dat Van S. zich achter zijn neuronen verschuilt. Zoals de officier van justitie in De Volkskrant zei: ‘Ik heb niet de indruk dat u de volledige verantwoordelijkheid op zich wilt nemen.’

Maar is het wel redelijk om dit van hem te verwachten? Het is de vraag of Van S. überhaupt tot verantwoordelijkheidsgevoel in staat is. Om zijn zelfbeeld enigszins in stand te houden móet hij zich wel verschuilen achter een externe verklaring voor zijn daden. De stoornis in zijn hersenen is hiertoe een gewillige zondebok.

Bovendien heeft Van S. natuurlijk gelijk. Zijn hersenen werken op een afwijkende manier die ongewenst gedrag tot gevolg heeft; dat noemen we een stoornis en daar kan hij zelf weinig aan doen.

Sterker nog: álles wat we doen gebeurt naar aanleiding van hersenimpulsen, die zelf weer terug te leiden zijn op eerdere impulsen, eigenschappen van neuronen en input van buitenaf. Bewustzijn bestaat, en zelfbeheersing ook – maar zelfs dat zijn hersenfuncties waarvan het werken én het falen liggen opgeslagen in minuscule spanningen en stroompjes. Het idee van een ‘vrije wil’ heeft simpelweg geen plaats in de manier waarop de hersenen werken.

Deze manier van denken, hoewel technisch gezien juist, levert helaas praktische problemen op. Of we ons moreel gedragen hangt namelijk af van een belangrijke emotie: schuldgevoel. Als we een ander iets aandoen voelen we ons daar slecht over, en om dit vervelende gevoel te vermijden zijn we doorgaans aardig tegen elkaar. Bij psychopaten (en bij mensen met schade aan bepaalde gebieden in de frontale hersenschors) is dit systeem uit balans geraakt: zij hebben verminderd schuldgevoel en gedragen zich dan ook een stuk minder sociaal.

De emotie van schuldgevoel is volledig afhankelijk van het geloof in een vrije wil. Alleen als we onszelf verantwoordelijk houden voor onze daden kunnen we ons er slecht over voelen als we een ander schade toebrengen. Door de oorzaak van ons handelen structureel buiten onszelf te leggen ondermijnen we dus een van de belangrijkste motivaties voor sociaal gedrag. Anders gezegd: juist het geloof in de vrije wil (of die nu bestaat of niet) zorgt ervoor dat we ons gedrag beheersen.

Het bestaan van de vrije wil wordt helaas te vaak ontkend. In de financiële wereld bijvoorbeeld: bankiers rechtvaardigen immoreel gedrag door de schuld bij ‘het systeem’ te leggen. Of neem de verschrikkelijke daden van de strijders van IS: zij onthoofden ‘ongelovigen’ omdat ze geloven dat God dat graag wil. Zo vermijden ze een cruciale, confronterende vraag: vind ik dit wel het juiste om te doen? Ook Van S. kan nog enigszins rustig slapen, doordat hij zijn gedrag aan een stoornis kan toeschrijven. Geen eigen schuld, geen dikke bult.

Immoreel gedrag ontstaat, kortom, wanneer we de oorzaak van ons handelen buiten onszelf leggen. Ondanks dat hersenwetenschappers weten dat de vrije wil een illusie is, kunnen we het de maatschappij daarom niet aandoen haar van dit gegeven te overtuigen. Hoe krijgen we dus voor elkaar dat iedereen blijft geloven in de vrije wil? Waarschijnlijk is ook dit geen kwestie van keuze; we volgen veeleer culturele trends. Als neurowetenschappers kunnen bijdragen aan het behoud van de mythe van de vrije wil, dan moeten ze dat doen. Daarom zal ik vanaf nu altijd verkondigen: de vrije wil bestaat. Een leugentje om bestwil.

Dit blog is geschreven door Jeroen

Bronnen

2 Comments

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *