Wie mooi wil meten, moet in het brein zijn.

This post is also available in Engels.

Over smaak valt niet te twisten. Maar is dat echt zo? Neurowetenschap toont aan dat zelfs subjectieve ervaring prima meetbaar is.

Luister je naar muziek onderweg naar werk? Heb je thuis kunst aan de muur hangen? Ooit stil geworden van een zonsondergang? Of jezelf betrapt op het staren naar een wel erg knappe vreemdeling? Dit zijn allemaal voorbeelden van esthetische waardering – oordelen die we hebben over de schoonheid van iets of iemand. Wij mensen ervaren wel honderden van dit soort evaluaties, uitgelokt door verschillende sensorische ervaringen (iets zien, iets horen etc.).

Filosofen discussiëren al eeuwenlang over wat schoonheid nu eigenlijk is. Sterker nog, meerdere denkers hebben zich gestort op de vraag of schoonheid objectief meetbaar is. De Duitse filosoof Immanuel Kant uit de 18e eeuw was bijvoorbeeld van mening dat schoonheid niets met wetenschap te maken had. We zeggen inderdaad ‘over smaak valt niet te twisten’ om aan te geven dat esthetische waardering verschilt van persoon tot persoon. Jij kan misschien niet stil zitten bij dat ene liedje, terwijl je vriend of vriendin meteen naar het volgende nummer gaat.

Vanuit het idee van persoonlijke smaak volgt de conclusie dat oordelen over schoonheid moeilijk te kwantificeren zijn omdat deze zo verschillen van persoon tot persoon – tenminste, dat zou je denken, ware het niet dat onderzoek op het gebied van Neuroesthethiek iets anders uitwijst. Het blijkt dat de subjectieve ervaringen van schoonheid, door te luisteren naar een muziekstuk of het kijken naar een schilderij, prima meetbaar zijn met neurowetenschappelijke methodes. Door middel van hersenscans kunnen we in beeld brengen waar het brein actiever wordt als een kunstwerk iemand echt raakt. Bovendien kunnen we die esthetische waardering kwantificeren door de mate van activatie te meten.

Is er een relatie tussen wat iemand zegt mooi te vinden en zijn of haar breinactiviteit? Ja, esthetische waarderingen zijn te koppelen aan de activiteit in een specifiek hersengebied: de mediale orbitofrontale hersenschors (mOFC). Hoe sterker dit gebied oplichtte op een hersenscan, des te sterker was de subjectieve ervaring van schoonheid van een kunstwerk, zij het visueel of muzikaal. De mOFC is ook betrokken bij emoties. Dit is niet heel verassend; kunstwerken kunnen sterke emoties uitlokken.

Wel moeten we voorzichtig zijn met concluderen dat de ervaren schoonheid voortkomt uit één enkel hersengebied. Zoals meestal het geval is, komen bepaalde ervaringen voort uit de samenwerking tussen verschillende hersengebieden. Wat daarentegen wel interessant is, is dat het brein geen onderscheid lijkt te maken tussen de verschillende bronnen van ervaren schoonheid. Met andere woorden, als iets mooi gevonden wordt, maakt het niet uit of het een lied, een schilderij of zelfs een alledaags object betreft. Dat betekent dat er een gemeenschappelijk neuraal systeem ten grondslag ligt aan esthetische waarderingen, variërend van Chopin’s Nocturne Nr. 2 tot Duchamp’s Urinoir.

Neurowetenschap ontkracht hiermee het idee dat “schoonheid niet te kwantificeren is”. Voor het eerst is er een neuraal systeem geïdentificeerd dat ten grondslag ligt aan esthetische waarderingen. Het onderzoeksgebied van de neuroesthethiek staat misschien nog in de kinderschoenen, toch is het fascinerend dat we de mogelijkheden lijken te hebben om iets te verklaren wat altijd onverklaarbaar leek te zijn.



Geschreven door Julija Vaitonytė

Bewerkt door João Guimarães en Christienne Gonzales Damatac

Vertaald door Floortje Bouwkamp en Rowena Emaus

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *