Oxytocine: een echte neuro-hype

This post is also available in Engels.

Volgens psychologisch onderzoek uit het begin van deze eeuw is het hersenstofje oxytocine verantwoordelijk voor liefde en geluk. Inmiddels is de wetenschap veel sceptischer. Hoe kan dat?

In 2005 publiceerde een team van Zwitserse wetenschappers een beroemde paper over een simpel experiment. Via een neusspray hadden ze het hersenhormoon oxytocine toegediend aan proefpersonen. Die speelden vervolgens een ‘Trust Game’, een soort economische simulatie waarmee onderling vertrouwen wordt gemeten. Wat bleek? Na inademing van oxytocine hadden proefpersonen meer vertrouwen in elkaar!

In de jaren hierna werd psycholoog Paul Zak, die aan het onderzoek meewerkte, bekend als ‘Doctor Love’. Hij had nog veel meer onderzoek gedaan naar de werking van oxytocine en was ervan overtuigd dat het de bron was van vriendschap en liefde. Hier kun je zijn enthousiaste TED-talk uit 2011 terugzien:


‘Dr. Love’ Paul Zak in zijn TED-talk. Bron: YouTube.

Natuurlijk waren de media laaiend over het liefdeshormoon. Stel je voor, één simpel molecuul in een neusspray en de liefde lacht je tegemoet! Geen wonder dat er allerlei bedrijfjes ontstonden waar je je oxytocine per post kon bestellen.

Hype
Je voelt hem al aankomen: oxytocine was een hype. Inmiddels is de wetenschap veel sceptischer over de werkzaamheid van deze stof. Veel oxytocinestudies waren slecht uitgevoerd, bijvoorbeeld door het middel op te weinig mensen te testen. En het is maar de vraag hoeveel oxytocine via de neus het brein überhaupt kan bereiken.

Als genadeklap publiceerden drie vooraanstaande onderzoekers in 2015 een overzichtsstudie, waarin ze concluderen dat er geen link bestaat tussen oxytocine en onderling vertrouwen bij mensen. De vondst uit de Trust Game was waarschijnlijk een toevalstreffer. De mythe had een decennium geduurd.

Publicatiebias
Er is dus waarschijnlijk geen verband tussen oxytocine en vertrouwen, maar toch was er in 2005 die beroemde studie die dit verband wél liet zien. Hoe is dat mogelijk? Een deel van de verklaring is het verschijnsel van publicatiebias in de wetenschappelijke vakliteratuur.

Wetenschappelijke tijdschriften publiceren vrijwel uitsluitend ‘positieve’ bevindingen, dat wil zeggen studies die een verband tussen twee dingen aantonen. Je ziet dan een relatie tussen variabele A (bijvoorbeeld: toediening van oxytocine) en variabele B (meer vertrouwen). Het is dus best mogelijk dat twintig andere onderzoekers precies dezelfde studie hadden uitgevoerd als Zak, en geen verband vonden tussen oxytocine en vertrouwen, maar dat nooit in een paper hadden opgeschreven. De toevalstreffer van Zak was dan de enige positieve bevinding, waardoor die het tot publicatie schopte, en iedereen ineens geloofde dat oxytocine vertrouwen echt in de hand werkt.

Nuance
Publicatiebias en andere problemen hebben ertoe geleid dat je de psychologische vakliteratuur altijd met een korrel zout moet nemen. Maar dat zou eigenlijk geen nieuws moeten zijn, zeker niet voor wetenschapsjournalisten. Wetenschap is het continu updaten van onze kennis van de wereld, en dus is het een slecht idee om onderzoeksresultaten klakkeloos over te nemen of als voldongen feiten presenteren.

Toch hoeven we het onderzoek van Zak niet direct bij het vuilnis te zetten. Want oxytocine creëert dan misschien geen kant-en-klaar vertrouwen in de Trust Game; het veelbesproken stofje speelt wel andere belangrijke sociale rollen in zoogdieren. Zo was het belang van oxytocine bij sociale binding tussen muizen een paar weken geleden weer in de aandacht bij het toonaangevende vakblad Science. Nuance is dus geboden, zowel bij het overnemen als bij het afwijzen van wetenschappelijk onderzoek.

Deze blog is geschreven door Jeroen. Redactie: Annelies.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *