De Neurowetenschap achter Gewoonten

This post is also available in Engels.

In twee eerdere blogs heeft Lieneke ons een heleboel uitgelegd over gewoonten. Wellicht vraag je je ook af: hoe ontstaan gewoontes in het brein?

Laten we zeggen dat wanneer ik thuiskom van werk (omstandigheid of ‘conditie’), ik een chocolate-chip cookie eet en geniet van de zoete smaak (uitkomst). Na verloop van tijd leert mijn brein de associatie tussen thuiskomen, de actie van het eten van een koekje en de zoete smaak als beloning. Dit is hoe gewoonten ontstaan: wanneer je handelingen geassocieert met bepaalde omstandigheden, en deze omstandigheden herhaaldelijk leiden tot een bepaalde wenselijke uitkomst. Dit noemen we ook wel ‘conditioneren’.

Hoe het brein associaties vormt

Neuronen (hersencellen) communiceren met elkaar door speciale moleculen, zogenaamde ‘neurotransmitters’, te versturen. Een neurotransmitter die vaak betrokken is bij het verwerken van beloningen is dopamine. Voordat de gewoonte gevormd is worden tijdens het eten van een koekje mijn dopamine-producerende neuronen actief omdat ik een beloning ervaar. Op een later moment echter, wanneer ik elke keer bij thuiskomst een koekje eet, worden deze neuronen al bij thuiskomst actief nog voordat ik het koekje heb gegeten. Deze neuronen voorspellen op dat moment de uitkomst van het thuiskomen. De conditie (thuiskomen) wordt op die manier sterk geassocieerd met de beloning (suiker eten).

Twee hersensystemen betrokken bij gewoontes

Wanneer het brein eenmaal de verbinding heeft gevormd tussen thuiskomen en het eten van een koekje wordt het gedrag automatisch en hoef je niet meer actief een keuze te maken om het gedrag uit te voeren. Bij deze automatische associatie tussen conditie en gedrag is het limbische systeem betrokken. Dat is een groep van hersenstructuren in het midden van je brein. Het is een oude groep hersendelen, die betrokken is bij de basisfuncties van overleven (‘als ik iets lekkers zie eet ik het op om niet uit te hongeren’).

Het striatum (een onderdeel van het limbisch systeem) en de prefrontal cortex zijn betrokken bij gewoonten.
Rechten van het plaatje: Wikipedia (CC BY 3.0)

Tegenwoordig hoeven we niet meer constant over uithongeren na te denken en hebben we andere doelen waar we ons naar willen gedragen. Als je bijvoorbeeld je suikerconsumptie aan wilt passen zou je misschien liever niet dat koekje willen eten bij thuiskomst. Dit kan echter moeilijk zijn: als de automatische associatie al gevormd is in je brein zal het je moeite kosten om niet volgens dit vaste patroon te handelen. Je zult je bewuste denkkracht in moeten zetten, met name een hersendeel aan de voorkant van je hersenschors genaamd de prefrontale cortex. De prefrontale cortex is betrokken bij ‘cognitieve controle’, zoals het in toom houden van neigingen en het rationeel nadenken over je gedrag.

Om je prefrontale cortex te betrekken bij je handelingen en de neiging om een koekje te eten te beheersen, moet je je aandacht ook richten op je gevoelens en acties. Wanneer je bijvoorbeeld haastig thuiskomt en niet zo veel aandacht besteedt aan je gedrag, kun je gedachteloos een koekje eten en het niet eens doorhebben. Om deze reden kan het helpen om je bewust te zijn van je gedrag. Als je doorhebt dat je op het punt staat een koekje te pakken kun je pauzeren en jezelf afvragen of je misschien eigenlijk anders wilt handelen.

Voor Lienekes tips hoe je je gewoonten aan kan pakken, lees deze blogpost.

Bron: Lienekes PhD thesis.

Voor goede informatie over de theorie achter verschillende breinsystemen, lees deze post.

Geschreven door Marisha. Redactie: Roselyne. Vertaling: Rowena.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *