Het beantwoorden van de waarom-vraag gaat soms dieper dan je denkt.

Waarom ben ik wetenschapper?

Als je wetenschappers vraagt waarom ze onderzoek doen komen ze vaak met de mooiste redenen: het genezen van een ziekte, het beëindigen van wereldhonger of onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen creëren. Ik kwam erachter dat je ook met een relatief kleiner doel in de wetenschap kan zitten, en dat dat prima is.

This post is also available in Engels.

Voor de zomer volgde ik met mijn onderzoeksgroep een workshop over wetenschapscommunicatie. Hierin werd benadrukt dat als je je onderzoek helder wilt communiceren, je goed moet weten waarom je onderzoek doet. Daar een bevredigend antwoord op vinden bleek echter makkelijker gezegd dan gedaan.

Intrinsieke motivatie

Het idee achter het ‘waarom’ van je verhaal is dat je erin slaagt mensen te laten zien waarom jij enthousiast bent over je onderzoek zodat anderen ook inzien waarom jouw onderzoek zo belangrijk is. In feite probeer je jouw intrinsieke motivatie uit te leggen aan anderen zodat zij ook enthousiast worden.

Waarom?

De techniek achter het vinden van het antwoord op die waarom-vraag is niet eens zo ingewikkeld. Zoek een vriend of vriendin en leg diegene uit waar je onderzoek over gaat. Het enige wat de ander hoeft te doen is steeds opnieuw te vragen: waarom? Doe dit vaak genoeg en uiteindelijk zal je tot de kern komen van jouw motivatie. Sommige waarom-vragen zijn relatief makkelijk te beantwoorden. Waarom is het belangrijk dat we weten hoe het brein werkt? Nou, bijvoorbeeld zodat we mensen met hersenziektes beter kunnen behandelen. Zelfs relatief specifieke waarom-vragen (‘waarom moeten we erachter komen welk gedeelte van de periaqueductal gray signalen ontvangt van de amygdala?’) kunnen uiteindelijk prima worden terug beredeneerd naar een overkoepelend doel. Mijn persoonlijke antwoord op ‘waarom’ ging echter dieper dan ik had gedacht.

Me, myself, and I

Na lang nadenken kwam ik er namelijk achter dat mijn intrinsieke motivatie eigenlijk helemaal niet zo mooi of nobel is. De diepste reden dat ik mijn onderzoek doe is heel simpel en misschien zelfs wat egoïstisch. Ik wil gewoon weten hoe het zit.

Begrijp me niet verkeerd, het zou natuurlijk fantastisch zijn als de bevindingen uit mijn experimenten zouden leiden tot het genezen van een ziekte of het informeren van therapieën, maar dat is niet waarom ik het doe. Als eerste komt mijn motivatie voort uit dat ik simpelweg nieuwsgierig ben naar hoe mensen in elkaar zitten en hoe het brein werkt. In zekere zin doe ik het dus voor mezelf. Klinkt toch iets minder mooi dan het genezen van ziektes bijvoorbeeld. Maar is dat een probleem?

Het maakt niet uit waar je passie vandaan komt

Wat mij betreft is het antwoord op die vraag: Nee, het is niet erg om een ‘egoïstische’ wetenschapper te zijn. Ja, mijn intrinsieke motivatie voor de wetenschap is vooral gericht op het vergaren van kennis, maar dit betekent niet dat de wereld er niks aan heeft. Zolang je als wetenschapper integer blijft aan de wetenschappelijke methoden en je je bevindingen publiceert in (openbare) tijdschriften, kan je onderzoek altijd bijdragen aan de collectieve kennis en uiteindelijk tot grote doorbraken leiden. Dan maakt het niet uit waar je passie vandaan komt.

Auteur: Felix
Buddy: Angelique
Editor: Jill
Vertaler: Wessel
Editor vertaling: Marisha

Originele taal: Nederlands

Afbeelding verkregen van geralt via Pixabay

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *