Hoe zeg je autisme?

Het is controversieel of het beter is om te zeggen dat iemand “een persoon met autisme” of een “autistisch persoon” is. Ook onder hen die het aangaat bestaan verschillende meningen. Hoe beslissen we wat de juiste benaming is en waarom?

This post is also available in Engels.

Het kan verwarrend zijn: moet je “persoon met autisme” (persoon-eerst) of “autistisch persoon” (identiteit-eerst) zeggen? Het verschil tussen de twee is dat uitgaan van persoon-eerst impliceert dat de focus op de persoon ligt, terwijl identiteit-eerst ervan uitgaat dat autisme een niet te onderscheiden onderdeel is van wie iemand is. Je kunt echter in beide gevallen gecorrigeerd worden. Wat is nu juist of gepast om te zeggen? Betrokkenen binnen de autistische gemeenschap hebben verschillende voorkeuren. Ikzelf heb besloten om de identiteit-eerst taal te gebruiken, “autistisch persoon”, aangezien dat over het algemeen de voorkeur heeft voor autistische personen. 

Wat maakt het controversieel?

Verrassend genoeg bestaat de duidelijkste onderscheiding tussen medische professionals, ouders en familieleden van autistische mensen, en autistische volwassenen zelf. Degenen die persoon-eerst verkiezen (“persoon met autisme”) beargumenteren dat autisme de persoon niet definieert en dat ze niet zo gelabeld moeten worden. Echter, autistische volwassenen zeggen zelf juist vaak dat autisme volledig onderdeel is van hun identiteit en persoonlijkheid, wat gereflecteerd wordt in hun interesses en de manier waarop ze hun leven leiden. Zonder autisme zouden ze niet de mensen zijn die ze zijn. Natuurlijk variëren deze meningen onderling; elke groepsstatistiek reflecteert dan ook slechts algemene voorkeuren.

Wat is de “juiste” manier?

Er zijn twee hoofdargumenten om rekening mee te houden. ten eerste is de mening van mensen die spreken uit eigen ervaring, in dit geval autistische individuen, leidend. Ten tweede is autisme an sich niet iets slechts; het is een andere manier van de wereld waarnemen en ermee interacteren. De echte uitdaging ligt in het vroeg diagnosticeren van autisme om de beste therapeutische steun te bepalen, en om autistische individuen te helpen omgaan met hun moeilijkheden en zich begrepen te laten voelen door onze samenleving.

Waarom maakt het uit?

Ook al reflecteert het gebruik van de onjuiste of ongepaste benaming vaak slechts een gebrek aan informatie en geen disrespect, het blijft schadelijk voor autistische mensen. Vanuit het perspectief van de autistische persoon voelt het alsof ze niet verwelkomd worden om zichzelf te zijn, of dat men door “persoon met autisme” te zeggen een scheiding aanbrengt tussen het individu en zijn/haar autisme, omdat het wordt gezien als iets slechts. Nogmaals, over het algemeen prefereren autistische personen de identiteit-eerst taal (“autistisch persoon”) omdat autisme onderdeel is van wie ze zijn.

Vergelijkbaar is het doorgaans gebruikelijk om over iemand die niet kan zien “blind persoon” te zeggen en niet “persoon met blindheid”. Over het algemeen zouden we moeten luisteren naar de wensen van de mensen die het aangaat en deze moeten respecteren. Daarom is het logisch om de identiteit-eerst taal te gebruiken: omdat de autistische gemeenschap dit prefereert. Belangrijk hierbij is dat we altijd de voorkeuren van degenen met wie we praten moeten respecteren – dat is het juiste om te doen.

Auteur: Viola Hollestein
Buddy: Kim Beneyton
Redactie: Christienne Damatac
Vertaling: Jill Naaijen
Redactie Vertaling: Wessel Hieselaar
Afbeelding van Annie Spratt via Unsplash

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Categories