De variabiliteit van schizofrenie en bipolaire stoornis in kaart brengen

This post is also available in Engels.

De diagnose en behandeling van mentale stoornissen wordt nog altijd gebaseerd op gedragssymptomen, in tegenstelling tot bij andere medische disciplines. Kan normatief modelleren gebruikt worden om rekening te houden met de variabiliteit in mentale stoornissen?

Mentale stoornissen hebben een grote invloed op de maatschappij en het leven. Alle patiënten hebben natuurlijk hun eigen individuele geschiedenis en biologie. Dit verschil tussen patiënten – de heterogeniteit – kan in drie categorieën ingedeeld worden: klinische – , biologische – en omgevingsheterogeniteit.

Klinische heterogeniteit is wanneer men, ondanks de variatie in symptomen, patiënten classificeert onder dezelfde stoornis. Verschillen in biologische aanleg kunnen resulteren in dezelfde symptomen, ook wel biologische heterogeniteit genoemd. Omgevingsheterogeniteit refereert naar verschillen in omgevingsfactoren die de symptomen tot uiting brengen of juist tegengaan. Huidig onderzoek gebruikt normatief modelleren om de heterogeniteit van schizofrenie en bipolaire stoornis in kaart te brengen op het niveau van de individuele patiënt.

Wat is normatief modelleren?

Het principe van normatief modelleren is vergelijkbaar met die van growth charts die gebruikt worden om normale ontwikkeling van kinderen in kaart te brengen. De lengte van een kind wordt vergeleken met de gemiddelde lengte van de populatie kinderen met dezelfde leeftijd. Wanneer de lengte significant verschilt van het gemiddelde kunnen clinici afwijking van ontwikkeling waarnemen en eventuele leer-problemen voorspellen.

In het geval van normatief modelleren worden hersenscans van gezonde mensen gebruikt als standaard. Iedere individuele patiënt wordt dan vergeleken met het normatieve model. Mentale stoornissen kunnen dan afgewogen worden als afwijkend van de normale range. Kort gezegd vergelijkt normatief modelleren de hersenscans van individuele patiënten met gezonde mensen.

In de toekomst kan normatief modelleren bijdragen aan het onderscheiden van verschillende stoornissen, ook al zijn veel symptomen overlappend tussen stoornissen. Het kan ook bijdragen aan een meer accurate diagnose wanneer men overlappende symptomen of meerdere stoornissen heeft.

Normatief modelleren in schizofrenie en bipolaire stoornis

Schizofrenie en bipolaire stoornis zijn duidelijke voorbeelden van erg heterogene mentale stoornissen en worden geassocieerd met verschillende hersensystemen en neurale processen. Ze resulteren uit complexe interacties tussen genen en de omgeving. Recent onderzoek heeft de biologische heterogeniteit van schizofrenie en bipolaire stoornis in kaart gebracht met behulp van een normatief model voor beide stoornissen. Patiënten verschillen substantieel op individueel niveau terwijl men dezelfde diagnose heeft. De studie liet ook zien dat hersenscans van mensen met schizofrenie en bipolaire stoornis significant van elkaar verschilden, aangezien patiënten met bipolaire stoornis minder extreme verschillen lieten zien in hersenstructuur. Deze uitkomst bevestigt de biologische heterogeniteit van patiënten en laat zien dat een individuele benadering nodig is.

Een voordeel van normatief modelleren is dat het niet afhankelijk is van enkel gedragssymptomen, in tegenstelling tot case-control studies, omdat ook hersenpatronen gebruikt worden. Het verschuift de focus van de “gemiddelde patiënt” naar de indivuele patiënt. Het doel van deze techniek is individuele diagnose en behandeling te verbeteren.

Normatief modelleren kan dus inderdaad omgaan met biologische heterogeniteit bij patiënten en zal hopelijk in de toekomst leiden tot individuele behandeling, wat een significante verbetering voor patiënten zal opleveren.

 

Geschreven door Bea Waelbers
Bewerkt door Christienne Gonzales Damatac
Vertaald door Jill Naaijen

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *