Een pleidooi voor teamwetenschap

This post is also available in Engels.

Wil je snel gaan, ga alleen. Wil je ver komen, ga dan samen.*

Eeuwenlang deed de individuele, onafhankelijke wetenschapper – het genie – op eigen houtje onderzoek. Vandaag de dag voldoet het niet meer om op die manier wetenschap te bedrijven. In plaats daarvan is er behoefte aan grote, systematische studies, uitgevoerd door teams van experts die verder reiken dan samenwerkingen tussen onafhankelijke onderzoekers. Ik leg hier uit waarom we de balans moeten verleggen naar zulke ‘teamwetenschap’ om betere resultaten te behalen en betere werkomstandigheden te bereiken.

Teamwetenschap, CC BY-NC-ND 2.0, Flickr

Groeiende versnippering – slachtoffer van zijn eigen succes

De wetenschap heeft het leven op onze planeet een stuk beter gemaakt. Daardoor zijn samenlevingen gaan investeren in academisch onderzoek. Maar terwijl er in de jaren ’50 slechts een paar honderdduizend wetenschappers op de wereld waren, zijn dat er nu wel tien miljoen. Het aantal mensen met wie we contact kunnen hebben is maar beperkt, en daardoor wisselen wetenschappers kennis uit met een steeds kleiner deel van de academische gemeenschap.

Dit is ook relevant voor wetenschappelijke kennis. Waar Newton in zijn tijd alle natuurkundige kennis samen kon nemen, zijn wetenschappers tegenwoordig gespecialiseerd in steeds kleinere deelgebieden van de wetenschap. Daarbij gebruiken wetenschappers steeds complexere meet- en analysemethodes, waardoor ze zich wel moeten focussen op een handvol technieken.

Toenemende complexiteit – laaghangend fruit is al weg

Dankzij wetenschappelijke vooruitgang zijn veel voor de hand liggende vragen al beantwoord, waardoor steeds lastigere uitdagingen overblijven. Door de toenemende complexiteit die hier bij hoort, vertraagt de wetenschappelijke vooruitgang: individuele onderzoeksresultaten hebben een kleinere impact op de wereld en zijn lastiger te bevestigen dan vroeger.

Wetenschappers zijn net kunstenaars

Wetenschappelijke carrières draaien om onafhankelijkheid en individualiteit. In het promotietraject worden onderzoekers getraind om onafhankelijk te werken, en daarna, als academici, worden hun individuele prestaties tegen het licht gehouden in de keiharde race naar onderzoeksgeld en een vaste aanstelling. Daardoor rust er een zware persoonlijke last op de schouders van wetenschappers, die je in niet veel andere banen in de kennisindustrie vindt.

Bovendien ondertekenen onderzoekers hun publicaties op naam, spreken ze erover in de media, en ontvangen ze prijzen – net als dichters. Vanzelfsprekend werken wetenschappers veel samen, maar hun focus op individueel succes kan die samenwerkingen uiteen drijven. De focus op kunstenaarsachtig individualisme werkt averechts bij het beantwoorden van complexe wetenschappelijke vragen, dat een combinatie van diverse expertise en technische vaardigheden vergt.

 Hoe houd je de wetenschap succesvol

We hebben ongekende innovaties bereikt, bijvoorbeeld in digitale communicatie, zonder individuele bijdragen in de schijnwerpers te zetten. Integendeel, grote onderzoeks- en ontwikkelingsteams werken heel systematisch toe naar specifieke doelen. Er zijn ook goede voorbeelden uit de wetenschap zelf: honderden of zelfs duizenden wetenschappers samen ontdekten zwaartekrachtgolven en het Higgs-boson.

Ook in biomedisch onderzoek lopen de eerste projecten van teamwetenschap. Het Allen Brain Institute is een voorbeeld van een rigoureuze poging  om grote teams van wetenschappers samen aan vooraf vastgestelde taken te laten werken. Het kersverse Healthy Brain Cohort, dat op de Radboud-campus wordt ontwikkeld, is een ander voorbeeld van teamwetenschap.

 Iets om over na te denken

Ondanks deze voorbeelden moeten wetenschappers nieuwe manieren vinden om hun academische onderzoek te organiseren, opdat het onderzoek succesvol blijft en betere werkomstandigheden voor academici oplevert. Ik sta open voor feedback over deze ideeën, en praat er graag over verder.

 

Guillén Fernández

Guillén Fernández begon in 2002 als principal investigator bij het Donders Instituut, waarhij sindsdien de onderzoeksgroep Geheugen en Emotie leidt. Sinds 2010 is hij een van de directeurs van het Donders. Voordat hij naar Nijmegen kwam, studeerde hij voor zijn artsexamen, doctoraalexamen en Duitse ‘habilitation’ aan de universiteiten van Bonn, Magdeburg en Stanford. Fernández is lidvan de Academia Europaea en van de Memory Disorder Research Society. Hij ontving de Richard Jung-prijs, de Hermesdorf-prijs, de Vici-beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), en de Advanced Investigator-beurs van de European Research Council.

* Afrikaans spreekwoord

 

Meer informatie

Koch C and Jones A. Big Science, Team Science, and Open Science for Neuroscience. Neuron 2016; 92: 612-616

Utzerath C and Fernández G. Shaping Science for Increasing Interdependence and Specialization. Trends in Neuroscience 2017; 40: 121-124

Radboudumc Grand Round by Guillén Fernández: “Team Science – Reforming the organization of biomedical research”

Deze blog is geschreven door Guillén Fernández. Redactie: Harriette Koop. Vertaling: Jeroen.

One Comment

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *