De jongste en oudste proefpersoon bij het Donders Instituut

This post is also available in Engels.

Ongeveer 64 jaar leeftijdsverschil zit er tussen Baby Zoë en meneer Lijn, maar vandaag zijn ze allebei deelnemer aan het wetenschappelijk onderzoek. De een is nog maar net geboren, moet nog leren praten en lopen; de ander is net met pensioen en kan al decennia lopen en praten. We volgden beide proefpersonen gedurende hun bezoek bij het Donders Instituut.

De meeste psychologische studies worden uitgevoerd met als proefpersonen hoogopgeleide studenten. Maar er zijn vragen die we niet kunnen beantwoorden door alleen naar deze specifieke groep te gaan kijken: Hoe leert een baby zichzelf herkennen? Of: Hoe leert een jong kind lopen? Maar ook: Wat kunnen we doen als het lopen op latere leeftijd juist wat moeilijk wordt?. Bij het Donders Instituut en het Radboud universitair medisch centrum willen we deze vragen dolgraag beantwoorden.

Foto1Baby Zoë. Foto gemaakt door Ricarda Braukmann.

Onderzoek naar vroege zelfherkenning
Voor een volwassene is het heel gewoon om te beseffen dat onze handelingen effect hebben op de wereld om ons heen, maar zijn baby’s zich hier ook al van bewust? Baby Zoë is drie maanden oud en doet samen met haar moeder mee aan een studie van Dr. Marlene Meyer die hier meer over te weten wil komen. Zoë krijgt voor dit onderzoek een speciale “badmuts” op waarmee je haar hersenactiviteit kan meten. Volwassenen verwerken geluiden anders wanneer ze deze zelf maken, bijvoorbeeld als we een fietsbel gebruiken, dan wanneer de geluiden door iemand anders of door een computer worden gemaakt. Meyer onderzoekt wanneer deze dissociatie bij jonge baby’s ontstaat. Zoë’s moeder doet graag met haar kinderen mee: “Het is leuk om een bijdrage te leveren om onze kennis over de ontwikkeling van jonge kinderen te vergroten”. Zoë kan het ons natuurlijk nog niet zelf vertellen, maar haar lieve lach duidt erop dat ook zij het erg gezellig vindt bij het Babylab.

Foto2Meneer Lijn. Foto gemaakt door Ricarda Braukmann.

Onderzoek naar valpreventie bij ouderen
Dat proefpersoon zijn leuk is, vindt ook Han Lijn (64). Hij is deelnemer aan een studie van Freek Nieuwhof en Jessica Hubbers. Deze twee onderzoekers volgen ouderen tussen de 60 en 94. Hun doel: vallen voorkomen door het looppatroon, de conditie en cognitieve vaardigheden van ouderen te verbeteren. De kans op vallen neemt vanaf 65-jarige leeftijd duidelijk toe en een val kan leiden tot ernstige blessures. Nieuwhof en Hubbers werken daarom aan een valpreventie-training voor ouderen. “Ik ben zelf nog nooit gevallen, maar ik vind het heel goed om het juist te voorkomen”, vertelt Han Lijn, die in zijn vrije tijd graag veel wandelt. Maar liefst drie keer per week komt hij naar het lab voor zijn training op de loopband. Op een speciaal scherm ziet hij zijn looproute die hij moet onthouden en volgen. Ook kan hij op het scherm zijn eigen voeten zien en zo zijn stappen plannen en zijn looppatroon trainen. De moeilijkheidsgraad kan worden aangepast door obstakels te plaatsen op de route. “Uiteindelijk hopen we dat mensen hierdoor hun manier van lopen verbeteren en dat wij zo vallen kunnen voorkomen”, vertelt onderzoeksassistente Jessica Hubbers. En Han Lijn doet hier graag aan mee: “Het onderzoek is goed voor mijn conditie en helpt me om een ritme te houden, nu dat ik net met pensioen ben.”

Meer informatie
Het onderzoek van Dr. Marlene Meyer
Het onderzoek van Freek Nieuwhof en Jessica Hubbers
Oktober is de valpreventie-maand

Dit blog is geschreven door Ricarda Braukmann. Zij is promovenda bij het Baby Research Center waar zij onderzoek doet naar vroege sociaal-cognitieve ontwikkeling.

Add a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *