Onderzoekers rapporteren meer angst- en depressieve symptomen vergeleken met de algemene bevolking.

De Mentale-Gezondheidscrisis in de Wetenschap

Onderzoekers naar mentale gezondheid hebben de laatste jaren veel vooruitgang geboekt in het beter begrijpen van psychologische stoornissen en mensen zijn, gelukkig, bewuster geworden van het belang van mentale gezondheid. Wist je echter dat juist onder wetenschappers psychische problemen veel voorkomen?

This post is also available in Engels.

Tien oktober was World Mental Health Day, een initiatief dat in 1992 begon om bewustzijn te creëren voor psychische gezondheidsproblemen en om sociale stigma’s rondom het onderwerp te doorbreken. Veel onderzoek heeft laten zien werkomstandigheden een negatieve impact kunnen hebben op de mentale gesteldheid van werknemers. De afgelopen jaren is er meer aandacht voor mentale gezondheid op de werkvloer, zo ook in de wetenschap. Sterker nog, de data suggereren dat universiteitsonderzoekers in het algemeen, en promovendi in het bijzonder, een grotere kans hebben op problemen met de mentale gezondheid.

Mentale problemen veelvoorkomend in de wetenschap

De prevalentie van mentale stoornissen en symptomen onder wetenschappers is zo hoog dat dit jaar de eerste internationale conferentie werd gehouden over The Mental Health & Wellbeing of Postgraduate Researchers, die overigens snel uitverkocht was. Er wordt zelfs gepraat over een “mentale-gezondheidscrisis” in de wetenschap en er zijn aanwijzingen dat het niet alleen maar praatjes zijn: Een aantal studies in Australië en het VK rapporteert dat mentale problemen, met name depressie en angst, onder 32 tot 53% wetenschappers voorkomt.

Sommige studies lieten zien dat deze prevalenties zelfs nog hoger liggen in jonge wetenschappers. Een recent onderzoek dat meer dan 2,000 PhD en Master studenten uit 26 landen interviewde liet zien dat promovendi meer dan zes keer zo veel kans hadden om aan angst of depressie te lijden dan de algemene bevolking. Van alle deelnemers had 41% middelmatige tot ernstige angstklachten en 39% een middelmatige tot ernstige depressie, vergeleken met 6% in de algemene bevolking voor beide gevallen.

Een ander onderzoek, iets dichter bij huis, onderzocht 3,659 PhD studenten in Vlaamse universiteiten. Ter vergelijking keken zij ook naar hoger opgeleide studenten, hoger opgeleide werknemers, en mensen van de algemene bevolking met een hoger opleidingsniveau. De resultaten lieten zien dat 32% van de PhD’s risico liepen om meer dan 4 symptomen van een veelvoorkomende psychiatrische stoornis op te lopen (vooral depressie), terwijl 51% ten minste 2 symptomen van gezondheidsproblemen rapporteerden, iets wat vaak een indicatie is van psychologisch leed. Dit was ongeveer twee keer zo veel als bij alle andere groepen, zoals te zien is in de onderstaande tabel. Vergelijkbare aantallen zijn verschenen in rapporten van Nederlandse universiteiten in Amsterdam, Leiden en Groningen. De jaarlijkse vragenlijst van het Max Planck instituut vond dat twee op de drie PhD’s aangeven te lijden aan ten minste een van de zeven mogelijke stresssymptomen die geassocieerd zijn met burn-out (rugpijn, chronische vermoeidheid, slapeloosheid).

Prevalentie van veelvoorkomende mentale problemen in Belgische en Nederlandse PhD-studenten en controlegroepen

Mentale problemen gemeten met de General Health Questionnaire. N=steekproefgrootte.

Tabel overgenomen van Levecque et al. (2017), van der Weijden et al. (2017), en van Rooij et al. (2019).

Een ongastvrije omgeving

Er moet meer onderzoek worden gedaan voordat we begrijpen waarom psychische problemen zo vaak in de wetenschap voorkomen. Het kan bijvoorbeeld zijn dat mensen die gevoelig zijn voor psychische problemen als depressie en angststoornissen vaker een onderzoekerscarrière ambiëren. Er is echter bewijs voor een link tussen symptomen en bepaalde aspecten van het werk in de wetenschap, namelijk: hoge werkdruk, onvoldoende financiering en middelen, baanonzekerheid, gebrek aan sociale steun, onvoldoende erkenning en beloning, en een slechte werk-privé balans.

Met name voor promovendi zijn een slechte werk-privé balans, hoge werkeisen, weinig werkcontrole*, een slechte relatie met de begeleider en oninspirerend leiderschap sterk geassocieerd met psyschische problemen. Daarbij benoemen de onderzoeken een “cultuur van druk zijn” waarin overwerk gewaardeerd wordt. Een angst voor stigma of risico voor je carrière weerhoudt veel wetenschappers van hulp zoeken. Bovendien liet een studie onder Amerikaans personeel met een geschiedenis van psychische problemen zien dat bijna 70% helemaal niet of nauwelijks bekend was met de hulpmiddelen die beschikbaar waren.

In een competitieve omgeving waar overwerken wordt gewaardeerd zijn wetenschappers soms onwillig om hulp te zoeken vanwege de angst voor een stigma of professionele consequenties.

Foto door Anthony Tran via Unsplash (licentie)

Een sprankeltje hoop

De situatie ziet er misschien slecht uit, maar het feit dat er meer bewustzijn is voor psychische problemen zowel in de wetenschap specifiek, als in het algemeen, is een goed teken. In de VS is er zelfs een groot project opgezet om middelen ten gunste van mentale gezondheid van en steun voor promovendi te evalueren. Andere voorgestelde stappen zijn: mentale- en emotionele-gezondheidstrainingen om personeel en promovendi te helpen en gereedschappen te geven om anderen te steunen, een verandering in de institutionele cultuur om welzijn te promoten, en anonieme vragenlijsten om psychische gezondheid te monitoren wat gebruikt kan worden voor coaching. Voor promovendi is er meer focus op het geven van gezonde voorbeelden, hoe een goede werk-privé balans te creëren, en hoe de relatie met de begeleider te verbeteren, gezien de belangrijke rol die het heeft in de mentale gezondheid en algemene voldoening van PhD’s. Ook zijn er initiatieven voor beleidsveranderingen op hoger (overheids-) niveau. Ten slotte is het interessant op te merken dat, ondanks de hoge prevalentie van psychische problemen, enquêtes hebben aangetoond dat de meeste PhD’s nog steeds erg van hun baan houden.

Als je een werknemer bent aan de Radboud Universiteit of het Raboudumc en graag meer informatie zou willen over hun diensten, neem dan contact op met de Arbo- en MilieuDienst (AMD).


*Werkcontrole wordt gedefinieerd als keuze-autoriteit en bevoegdheid van vaardigheden (de vaardigheden die nodig zijn en in staat zijn de keuze te maken welke vaardigheden te gebruiken)

Originele taal: Engels

Auteur: Mónica Wagner

Buddy: João Guimarães

Editor: Christienne Gonzales Damatac

Vertaler: Felix Klaasen

Editor vertaling: Floortje Bouwkamp

Top foto door Thoughts Catalog via Unsplash (licentie).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *